Home » Nieuws » Milieu

Categorie: Milieu

UItbreiding melkveehouderij te Zeewolde

Momenteel werk ik aan de uitbreiding van een melkveehouderij in Zeewolde. In het voorjaar is reeds de aanvraag voor de omgevingsvergunning -onderdeel milieu- aangevraagd. Op 19 juli is de vergunning verleend voor het milieugedeelte.

De volgende fase is het aanvragen voor de omgevingsvergunning -onderdeel bouwen-, het maken van constructieberekeningen van de mestkelder en staalconstructie. Daarna volgt het schrijven van een Bestek en Voorwaarden en de aanbesteding van het project.

De situatietekening

De bestaande ligboxenstal heeft een oppervlakte van 1120 m², de oppervlakte van de uitbreiding wordt 1112 m². Hierdoor is er plaats voor de extra huisvesting van 78 melkkoeien.
Er zal na het gereed komen van de bouw gemolken worden met 4 melkrobots van Lely, waarvan er 2 in de nieuwbouw in een nieuwe ruimte geplaatst zullen worden.

Stappenplan oprichten of uitbreiden van een melkveehouderij

Welke stappen en vergunningen zijn nodig voor uitbreiding melkveehouderij?

Als u een melkveehouderij wilt gaan starten, of – wat vaker voorkomt – uw bestaande melkveehouderij wilt uitbreiden, dan krijgt u te maken met een stapel aan regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en bouwen. In dit artikel probeer ik een overzicht te maken van het traject dat gevolgd kan worden, voordat u daadwerkelijk met de door u gewenste nieuwbouw of verbouw kunt starten. Het biedt niet meer dan een algemene leidraad, want per bedrijf en locatie kunnen er verschillen zijn.

Stappenplan bouwen

Vooroverleg en inventarisatie

Allereerst wordt de bestaande situatie geïnventariseerd, welke staltypen zijn aanwezig en hoeveel dieren zijn er op het huidige bedrijf? Welke vergunningen zijn reeds aanwezig en zijn deze nog actueel?
Daarna kan er worden gekeken naar de gewenste situatie. Wat zijn de mogelijkheden voor nieuwbouw of een uitbreiding en welke consequenties heeft dat voor het huidige bedrijf? Past het nieuwe plan binnen het bestaande bouwblok, of dient een erfvergroting aangevraagd te worden? Dit kan getoetst worden door het bestemmingsplan te raadplegen.
Vervolgens dient er gekeken te worden of het bedrijf dichtbij een natuurbeschermingsgebied of Natura2000 gebied ligt, of in een archeologisch waardevol gebied. Als het noodzakelijk is om het bouwblok te vergroten, dient in de meeste gevallen een wijzigingsplan te worden opgesteld. Een voorbeeld van een wijzigingsplan die ik heb gemaakt is in te zien via ruimtelijkeplannen.nl.
Als de veestapel wordt uitgebreid met meer dan 200 stuks melkvee en eventueel daarbovenop 140 stuks jongvee, òf 340 stuks jongvee, dan dient er een M.E.R-beoordeling te worden opgesteld. M.E.R. staat voor milieueffectrapportage. In de M.E.R.-beoordeling worden de potentiële milieueffecten en alternatieven in beeld gebracht. De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren valt onder onderdeel D artikel 14 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
In deze fase kunnen de definitieve ontwerptekening gemaakt worden en een situatietekening.

plankaart wijzigingsplan
Plankaart behorend bij een wijzigingsplan

Benodigde vergunningen

Alle benodigde vergunning worden samengevoegd in de zogeheten omgevingsvergunning. Via een vergunning check is op voorhand te toetsen welke onderdelen er nodig zijn, maar laat een definitieve beoordeling a.u.b. aan uw adviseur over!

De aanvraag van een omgevingsvergunning kan uit een aantal werkzaamheden bestaan die hieronder worden opgenoemd (dit is alleen als voorbeeld bedoeld):

  • Handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden
    Hieronder valt de aanvraag voor de Natuurbeschermingswet (PAS).
  • Overig bouwwerk bouwen
    De (nieuw)bouw voor de huisvesting van het vee, een loods en sleufsilo’s indien deze hoger zijn dan 2,50 m. De gemeente zal het ingediende plan ook toetsen op brandveiligheid. Bij grote brandcompartimenten – en dit is bij melkveestallen dikwijls het geval – is de oppervlakte vaak groter dan maximaal in het Bouwbesluit is toegestaan. In dat geval dient onderzocht te worden of er een vorm van gelijkwaardig kan worden aangetoond, dit is mogelijk met een risicoanalyse. Ook zal in dit stadium op zijn minst een opzet van de hoofddraagconstructies te worden ingediend bij de gemeente.
  • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening
    De gewenste uitbreiding past dan niet binnen het huidige bouwblok, of de afmetingen van de nieuwbouw zoals vermeld in het bestemmingsplan worden overschreden.
  • Kappen
    Het kappen van bomen.
  • Zonnepaneel of -collector plaatsen
    Voor het plaatsen van zonnepanelen is een vergunning nodig.
  • Inrichting of mijnbouwwerk oprichten of veranderen (Milieu)
    De milieuvergunning.

Voor deze onderdelen dient het definitieve ontwerp te zijn uitgewerkt tot bestektekeningen met een situatietekening en een milieutekening.

Kaart met kwetsbare gebieden in de AERIUS-calculator

Aanbesteding / fase voor uitvoering

Als onafhankelijk adviseur werk ik niet met vaste aannemers, maar houd een aanbesteding. Samen met de opdrachtgever worden een aantal aannemers (meestal 4 tot 6) uitgekozen die op het werk kunnen inschrijven.
In de aanbestedingsfase dient al het tekenwerk, bestaande uit bestektekeningen en detailtekeningen definitief te zijn en moeten de constructieberekeningen- en tekeningen gereed zijn. Op basis van de tekeningen en de wensen van de opdrachtgever wordt een bestek geschreven. Het bestek en de tekeningen zijn dan de basis en de uiteindelijke contractstukken waarop de aannemers hun prijs baseren.

Detail overstek
Detail goot met dakoverstek

Actuele projecten melkveehouderij

Actuele projecten melkveehouderij (februari 2017)

Er lopen momenteel 3 projecten waarbij een bestaande melkveehouderij wordt uitgebreid. Twee van deze projecten gaan deze maand in uitvoering.

Plavuizenweg 1 Lelystad

Het eerste project dat van start gaat is de melkveehouderij aan de Plavuizenweg 1 in Lelystad voor Maatschap Zonderland.
Er wordt een ligboxenstal en jongveestal aangebouwd met een oppervlak van 3760 m² en een kapschuur van 800 m³. Voor de emissiearme vloer van de uitbreiding van het melkvee is gekozen voor Groene Vlag roosters en ter plaatse van de huisvesting voor het jongvee komen traditionele roosters. Onder de volledige uitbreiding komt een mestkelder, waarbij een klein gedeelte gereserveerd is voor wateropslag. Het totale bedrijf gaat plaats bieden aan 528 stuks melkvee en 457 stuks jongvee.
Aannemersbedrijf Hoes B.V. uit Horssen start deze maand (februari 2017) met de bouw.
Overige partijen die betrokken zijn geweest bij dit project zijn Transect voor het verrichten van een archeologisch onderzoek en Lievense CSO voor het aanmelden van het Wijzigingsplan in het benodigde format ( IMRO gecodeerde plantekst).

Milieutekening

Duikerweg 50 Zeewolde

Het tweede project betreft de uitbreiding van een melkveehouderij aan de Duikerweg 50 in Zeewolde voor de fam. Vromans.
In 2012 heb ik voor de uitbreiding reeds de vergunningen aangevraagd en deze zijn indertijd ook verleend, maar het plan heeft een aantal jaren op de plank gelegen. Eind november 2016 heeft de opdrachtgever besloten om de beoogde uitbreiding nu toch door te zetten. Afgelopen december heb ik dan ook hard gewerkt om de tekeningen deels aan te passen, de constructieberekeningen en constructietekeningen voor de onderbouw en de bovenbouw te maken, het bestek te schrijven en de aanbesteding bij een aantal geselecteerde aannemers aan te bieden.
De uitbreiding bestaat uit een potstal van 1055 m² die huisvesting gaat bieden aan zo’n 80 stuks melkvee en wordt gebouwd tegen en achter de bestaande melkstal / jongveestal. De pot wordt 40 cm diep aangelegd en onder de voergangen naast de pot komt een mestkelder.
IV Bouw en Montage uit Langbroek gaat de bouw van de stal verzorgen en in week 7 van 2017 wordt al gestart met het heiwerk.

Nekkeveldweg 34 Zeewolde

Voor het derde project heb ik afgelopen december opdracht gekregen, dit betreft de uitbreiding van een melkveehouderij aan de Nekkeveldweg 34 in Zeewolde voor dhr. Oudijk.
De huidige melkstal zal plaats maken voor een 2e melkrobot en in de nieuwbouw zal een derde melkrobot neergezet worden. De nieuwbouw met een oppervlak van 1112 m² gaat plaats bieden aan 86 stuks melkvee, waarmee het totaal aantal melkvee op ca. 250 stuks komt. Voor de loop- en eetruimtes moet nog een emissiearme vloer gekozen worden. Bouwbureau Wedekind verzorgt hiervoor het bouwkundige tekenwerk en de vergunning aanvraag, waarbij in eerste instantie alleen een milieuvergunning en VVGB natuurbeschermingswet worden aangevraagd in het kader van de PAS. Een M.E.R.-beoordeling en een vergroting van het bouwblok zijn in dit geval niet nodig.


Wilt u op de hoogte gehouden worden van belangrijke regelgeving in de melkveehouderij en van lopende projecten? Schrijf u dan hieronder in voor de nieuwsbrief.

Uitbreiding mekveehouderij Lelystad aangevraagd

Voor de uitbreiding van een melkveehouderij in Lelystad heb ik de benodigde omgevingsvergunning (bouwen, milieu), wijzigingsplan, MER-beoordelingsnotitie en Verklaring Van Geen Bedenkingen Natuurbeschermingswet aangevraagd.
De verschillende procedures zijn in behandeling en liggen al een aantal weken ter inzage.

De komende periode ga ik werken aan de constructieve uitwerking en het schrijven van een bestek, waarna de aanbesteding plaats kan vinden.

Maatlat Duurzame Veehouderij versie 10 2016

Publicatie Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) versie 10.

SMK heeft het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij versie 10 gebubliceerd dat geldig is van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016.

Ambitie.

  • Het MDV-ambitieniveau (minimaal te behalen punten) voor de reductie van ammoniakemissie en voor brandveiligheid is voor een aantal diercategorieën verhoogd;
  • Voor melkveestallen is er door die ambitieverzwaring op korte termijn maar een beperkt aantal ammoniakemissie reducerende systemen beschikbaar die aan de MDV-ambitie voldoen. De verwachting is dat er komende maanden een aantal systemen wordt opgenomen in de RAV-lijst die ook aan het nieuwe MDV-ambitieniveau beantwoorden. Gedurende de bouw van de stal is het mogelijk om een ander (nieuw) systeem te kiezen dan in eerste instantie in het ontwerp is voorzien;
  • Bij de ammoniakmaatlat is daarnaast als gevolg van wijzigingen in de wetgeving bij een aantal diercategorieën ook een verandering opgetreden. De daarbij maximaal toegestane ammoniakemissie is aangepast. Hierdoor hebben de maatlatten voor ammoniak een andere schaal gekregen. In die gevallen is een omrekenfactor gebruikt om de aangepaste punttoekenning voor MDV10 vergelijkbaar te houden met MDV9.

Duurzame melkveestal met weidegang.

In de MIA\Vamil regeling is voor melkveestallen een nieuwe code Duurzame melkveestal ‘met weidegang’ opgenomen met een groter fiscaal voordeel. Om voor deze code in aanmerking te komen moet aan een aantal specifieke randvoorwaarden worden voldaan. Na het in gebruik nemen van de stal dient de melkveehouder met een ‘gebruiksjaar’ aan te tonen dat bij de stal weidegang wordt toegepast. Onafhankelijke certificatie-instellingen voeren hiervoor een audit uit. De ondernemer moet ook aantonen dat het bedrijf deelnemer is aan een voor Weidegang gecertificeerde zuivelketen.

Bron: SMK

Certificatieschema’s.

Download hier de certificatieschema’s MDV versie 10 2016.

Nieuw Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren per 1augustus 2015

Nieuw besluit emissiearme huisvesting. (Geactualiseerd op 4 september 2015).

Het nieuwe Besluit emissiearme huisvesting is op 1 juli 2015 gepubliceerd in Staatsblad 2015-266. Dit besluit vervangt straks het Besluit amoniakemissie huisvesting veehouderij. De datum van inwerkingtreding is 1 augustus 2015.

In dit artikel staat een korte samenvatting van de wijzigingen in het nieuwe besluit voor melkveehouderijen.

Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is op 1 juli 2015 in werking getreden. Bij de PAS hoort een maatregelenpakket dat moet leiden tot een reductie van de ammoniakemissie van 10 kiloton per jaar in 2030 ten opzichte van 2013. Eén van die maatregelen is het beperken van de stalemissies door aanscherping en uitbreiding van de maximale emissiewaarden. Het beperken van stalemissie is nodig om de ontwikkelingsruimte van de PAS te realiseren. Deze is ook voor de veehouderij van belang.

Melkveehouderijen uit Flevoland hebben meestal te maken met de provincie Gelderland voor de aanvraag van een Natuurbeschermingswet of melding. Voor hen geldt de Vergunningverlening onder de PAS – provincie Gelderland.
Voor kleine uitbreidingen onder de grenswaarde kan volstaan worden met het doen van een melding. Bij aanvang van de PAS is de grenswaarde vastgesteld op 1 mol/ha/jr.
De ontwikkelruimte is verdeeld in aparte ‘potten’ voor meldingen en vergunningen. Als 95 % van de meldingenpot op is kunnen er geen meldingen meer gedaan worden. Er geldt dan een vergunningplicht voor alle activiteiten die een depositie hebben van meer dan 0,05 mol/ha/jr.

Maximale emissie wordt steeds verder aangescherpt.

In artikel 3 van het Stb. 2015-266 zijn regels opgenomen voor de maximale ammoniakemmissie van melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar.

Bijlage 1 kolom A: Voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 12,2 kg NH3/dier/jaar. Voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015 waarbij de koeien worden beweid, bedraagt de maximale emissiewaarde 13,0.

Bijlage 1 kolom B: Voor een dierenverblijf dat is opgericht op tussen 1 juli 2015 en 1 januari 2018 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 11,0 kg NH3/dier/jaar.

Bijlage 1 kolom C: Voor een dierenverblijf dat is opgericht na 1 januari 2018 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 8,6 kg NH3/dier/jaar.

Tegelijk met de inwerkingtreding van het Besluit emissiearme huisvesting wijzigt straks ook de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav)  Daarin worden de geactualiseerde emissiefactoren opgenomen. Er wordt hierin géén onderscheid gemaakt tussen permanent opstallen en beweiden.
In de nieuwe Rav lijst is te zien dat een traditionele stal met roostervloer (Rav A 1.100 “overige huisvestingssystemen”) een emissiewaarde van 13,0 kg NH3/dier/jaar heeft. Dit is hoger dan de toegestane 11,0 kg NH3/dier/jaar bij oprichting tussen 1-7-2015 en 1-1-2018.

Beweiden

Aan de Rav wordt een bijlage toegevoegd waarin beweiden is opgenomen als managementmaatregel met een ammoniakreductie die bij het berekenen van de ammoniakemissie van een veehouderij mag worden toegepast. Beweiden geeft dan een lagere ammoniakemissie, zodat hier een stimulans vanuit gaat.

Wat geldt er bij uitbreiding van bestaande stallen?

Een bestaand stalsysteem mocht met maximaal 20 stuks melkvee worden uitgebreid, zonder aan de nieuwe eisen te hoeven voldoen. Voorwaarde daaraan is dat de uitbreiding uiterlijk op 30 juni 2015 heeft plaatsgevonden.

Volgens InfoMil gelden de nieuwe maximale emissiewaarden voor nieuwe stallen en grotere uitbreidingen van bestaande stallen (meer dan 50%). Echter in het staatsblad is de definitie van uitbreiden vervallen, waardoor uitbreidingen gelijk worden gesteld aan het oprichten van een dierenverblijf. Als de bestaande stal 1 geheel gaat vormen met de uitbreiding is het vaak wenselijk om hetzelfde huisvestingssysteem toe te passen. Daarom is een mogelijkheid opgenomen voor het bevoegd gezag om bij uitbreidingen af te mogen wijken van de maximale emissiewaarde. In het geval van ammoniakemissie is afwijken alleen mogelijk bij uitbreidingen van een emissiearme stal en niet bij uitbreidingen van een traditionele stal. Deze mogelijkheid van afwijken is beperkt tot uitbreidingen van maximaal 50% van het bebouwde oppervlak van de bestaande stal.

Saldering met een ander bedrijf

Salderen is het verminderen of tot nul terugbrengen van een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied door een voorgenomen initiatief, door het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de bedrijfsvoering van een of meer andere bedrijven.
Indien als gevolg van de oprichting of wijziging van uw bedrijf de stikstofdepositie op het gebied (ook na het nemen van brongerichte maatregelen) toeneemt, verzoeken wij u te onderzoeken of saldering met nabijgelegen gestopte of te stoppen bedrijven (hierna: saldogevend bedrijf) mogelijk is. Hierbij is van belang dat het saldogevend bedrijf beschikt over Wm-rechten van vóór de referentiedata of over rechten op grond van de Nbwet. Voorts is van belang dat het saldogevend bedrijf op dat moment feitelijk nog aanwezig was. Dat is het geval als hervatting van het bedrijf mogelijk is zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d van de Nbwet voor het realiseren van het project vereist is, m.a.w., zonder dat een fysieke ingreep nodig om de bedrijfsvoering te kunnen hervatten. Bij een fysieke ingreep kunt u denken aan het opnieuw bouwen (van een deel) van de stal, het aanbrengen van een andere vloer, sleuven of mestschuiven.

Enkele voorbeelden:

  • het saldogevend bedrijf is enkele jaren geleden gestopt; het bedrijf beschikt over Wm-rechten van voor de referentiedata of over een (recente) Nbwet vergunning. De stallen zijn niet gesloopt maar worden voor een deel verhuurd als opslagruimte en voor het overige deel gebruikt als garage. Met dit bedrijf kan worden gesaldeerd, omdat hervatting van het bedrijf mogelijk is zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d nodig is.
  • Het saldogevend bedrijf is gestopt en de bestemming agrarisch is inmiddels gewijzigd in bestemming woning. De stallen zijn nog niet gesloopt. Met dit bedrijf kan worden gesaldeerd mits de overeenkomst waarbij de rechten worden overgedragen is afgesloten op het moment dat de stallen er nog stonden.
  • Het saldogevend bedrijf is gestopt en heeft een deel van de stal verbouwd tot bijkeuken. Hervatting van bedrijf is niet mogelijk zonder dat hiervoor een fysieke ingreep wordt gedaan en dus een vergunning nodig is op grond van artikel 19d van de Nbwet. Saldering met dit bedrijf is dus niet mogelijk.

Heeft u een bedrijf gevonden dat voldoet aan vorenstaande voorwaarden, dan dient door middel van stikstofberekeningen aangetoond te worden dat de effecten van de gestopte/te stoppen bedrijf en uw toekomstige bedrijf vergelijkbaar zijn.

Benodigde gegevens voor aanvraag Natuurbeschermingswet

Zie dit artikel voor de gegevens die u nodig heeft voor de aanvraag of melding Nbw.

Emissie eisen huisvestingssystemen veehouderijen worden strenger

Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren.

(Tekst bewerkt op 30 september 2014).

Met ingang van 1 januari 2015 wordt het huidige “Besluit huisvesting” vervangen door het “Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren”. De tekst is te vinden in Staatscourant 2014, nummer 24770, gepubliceerd op 19 september 2014.
Zienswijzen indienen?
Iedereen kan tot en met 17 oktober 2014 schriftelijk zienswijzen indienen.

De maximale emissiewaarden gaan gelden voor nieuwe stallen en voor grotere uitbreidingen van bestaande stallen die met meer dan de helft van het vloeroppervlak gaan uitbreiden (meer dan 50%).

Aangescherpte emissiewaarden

De aangescherpte maximale emissiewaarden voor ammoniak worden strenger voor de diercategorieën:

  • melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (A 1)
  • vleesvarkens, opfokberen van ca. 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking (D 3)
  • legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen (E 2)
  • diercategorie (groot-)ouderdieren van vleeskuikens (E 4)
  • vleeskuikens (E 5)

Tegelijk met de inwerkingtreding van het besluit wijzigt straks ook de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). Daarin worden de geactualiseerde emissiefactoren opgenomen.

Uitzonderingen

Er komen uitzonderingen bij voor:

  • varkens met 2- en 3 sterren van het Beter Leven Kenmerk
  • vrijloopstallen bij de diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Er gelden geen uitzonderingen meer voor:

  • biologisch gehouden pluimvee
  • biologisch gehouden melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Wel of niet beweiden

Uit de nieuwe (voorlopige) Rav lijst valt op te maken dat er géén verschil meer wordt gemaakt tussen het wel of niet beweiden van melkvee. Per stalsysteem geldt er dus nog maar 1 emissiefactor.
Bij bijvoorbeeld een traditionele roostervloer, golden de volgende emissiefactoren volgens de huidige Rav lijst:

  • Beweiden (A 1.100.1): 9,5 kg NH3 per dierplaats per jaar,
  • Permanent opstallen (A 1.100.2): 11,0 kg NH3 per dierplaats per jaar

In de nieuwe (per 2015) Rav is de emissiefactor voor “overige huisvestingssystemen” vastgesteld op 13,0 kg NH3 per dierplaats per jaar.

De maximaal toelaatbare ammoniak emissie is momenteel 9,5 kg NH3 per dierplaats per jaar. Naar verwachting wordt ook deze waarde in de toekomst aangescherpt.
Nieuwbouw met een traditionele roostervloer waarbij de koeien beweid worden is met ingang van het nieuwe besluit niet meer mogelijk. Er geldt dan immers een emissiefactor van 13,0 kg NH3/koe en dat is hoger dan 9,5 kg NH3/koe.

Download de Nieuwe Rav lijst voor diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar:
geactualiseerde_emissiefactoren_rundvee

Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Voor melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar gelden de volgende regels:

Huidige situatie tot 2015
Melkveestallen, of uitbreidingen met minder dan de helft van het oppervlak, opgericht tussen 1 april 2008 en 1 januari 2015. Maximale emissiewaarde 12,2 kg NH3 per dierplaats per jaar.
Deze maximale emissie waarde geldt niet, indien vóór 1 april 2008 reeds een milieuvergunning of bouwvergunning was verleend.

Vanaf 2015
Vanaf 2015 geldt een maximale emissiewaarde van 11,0 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Vanaf 2018
Vanaf 2018 geldt een maximale emissiewaarde van 8,6 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Geen overgangsregeling

Er komt voor zover bekend geen overgangsregeling. Als u bouwplannen heeft, nog bezig bent met het bouwen van een nieuwe stal, of met een uitbreiding van een bestaande stal met meer dan 50%, dan heeft u per 1 januari 2015 direct met de nieuwe eisen te maken.

De ammoniakberekeningen (Aagrostacks, of Aerius) voor de aanvraag van een Natuurbeschermingswet (Nb) vergunning zullen in de nieuwe situatie waarschijnlijk hoger, en dus ongunstiger, uitvallen.

Externe links:

Huidig Besluit huisvesting (InfoMIL)

Ontwerp Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren (InfoMIL)


Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte gehouden worden van belangrijke wijzingen in de regelgeving voor de melkveehouderij sector?
Schrijf u dan nu in voor de nieuwsbrief!


 

Milieuneutraal veranderen melkveehouderij in Lelystad

Gisteren heb ik het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning milieuneutraal veranderen ontvangen van de gemeente Lelystad.
De aanvraag betreft een melkveehouderij aan de Knarweg in Lelystad (Flevoland). De boer in kwestie wil minder melkkoeien gaan houden en meer jongvee.

Een omgevingsvergunning voor een milieuneutrale verandering kan alleen worden verleend als voldaan wordt aan de voorwaarden uit art. 3.10, lid 3 van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Uit dit artikel volgt dat de aangevraagde vergunning kan worden verleend indien de verandering:

  • niet zal leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning zijn toegestaan,
  • niet zal leiden tot het ontstaan van een andere inrichting dan waarvoor vergunning is verleend,
  • geen aanleiding geeft tot het opstellen van een milieueffectrapport.

Boerenbedrijven krijgen ruimte om te groeien door aanpak ammoniak

Convenant maatregelen programma aanpak stikstof.

Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken heeft op 18 maart 2014 samen met het agrarisch bedrijfsleven afspraken gemaakt over de uitstoot van ammoniak. Een vermindering van de uitstoot zorgt ervoor dat boerenbedrijven kunnen groeien en de natuurkwaliteit verbetert. De afspraken zijn onderdeel van een overeenkomst in het kader van de zogenoemde Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

De Minister van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu stellen ingevolge artikel 19kg van de Natuurbeschermingswet 1998, (…) een programma vast ter vermindering van de stikstofdepositie, afkomstig van in Nederland aanwezige bronnen (programma aanpak stikstof). Het programma is erop gericht om economie en ecologie te verbinden, door de realisering van de instandhoudingsdoelen voor de Natura 2000-gebieden samen te laten gaan met economische ontwikkeling. Het programma bevat maatregelen en voorziet in zogenoemde ontwikkelingsruimte, waardoor het bevoegde gezag toestemming kan verlenen voor projecten en andere handelingen die een toename in de stikstofdepositie veroorzaken op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden.

Het convenant voorziet in:

  • aanscherping van de normen voor de aanwending van dierlijke mest,
  • het beperken van de maximumemissie van ammoniak uit stallen,
  • het periodiek actualiseren van de lijst met huisvestingssystemen, opgenomen in de Regeling Ammoniak en Veehouderij (RaV),
  • het treffen van vrijwillige voer- en managementmaatregelen door de veehouders.

Reductie van 10 kiloton ammoniak in 2030.

De generieke maatregelen hebben, mede met het oog op het toelaten van nieuwe activiteiten, tot doel dat in 2030 een netto reductie is gerealiseerd van ten minste 10 kiloton ammoniakemissie ten opzichte van de ammoniakemissie in 2013. 56% van de depositieruimte die als gevolg van deze reductie ontstaat, komt beschikbaar voor ontwikkelingen in de veehouderijsector.

Download hieronder het Convenant maatregelen programma aanpak stikstof.

[download id=”37″ format=”1″]

Brandveiligheid nieuw thema in Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV 8.1)

SMK heeft het nieuwe certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij 8.1 gepubliceerd dat geldig is van 1 januari 2014 tot 31 december 2014. Een nieuw thema binnen de MDV is brandveiligheid, waarvan het minimaal te behalen punten is vastgesteld op 11.

Verder is het ambitieniveau voor melkvee, kraamzeugen, gespeende biggen en vleeskuikens op aan aantal maatlatten verhoogd. Daarbij is ook de invulling van de vereiste ‘Vrije Ruimte’ punten voor melkvee, vleeskuikens, leghennen en varkens (met uitzondering van beren) aangepast. Een deel van de Vrije ruimte kan bij deze diercategorieën alleen ingevuld worden met extra punten uit de thema’s Dierenwelzijn, Diergezondheid, Energie, Brandveiligheid en Bedrijf & Omgeving.

Download hier de nieuwe MDV 8.1 voor melkvee: [download id=”36″ template=”bouwbureau”]

Bron: SMK