Home » Nieuws » Natuurbeschermingswet

Categorie: Natuurbeschermingswet

Natuurbeschermingswet (Nbw)

Stappenplan oprichten of uitbreiden van een melkveehouderij

Welke stappen en vergunningen zijn nodig voor uitbreiding melkveehouderij?

Als u een melkveehouderij wilt gaan starten, of – wat vaker voorkomt – uw bestaande melkveehouderij wilt uitbreiden, dan krijgt u te maken met een stapel aan regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en bouwen. In dit artikel probeer ik een overzicht te maken van het traject dat gevolgd kan worden, voordat u daadwerkelijk met de door u gewenste nieuwbouw of verbouw kunt starten. Het biedt niet meer dan een algemene leidraad, want per bedrijf en locatie kunnen er verschillen zijn.

Stappenplan bouwen

Vooroverleg en inventarisatie

Allereerst wordt de bestaande situatie geïnventariseerd, welke staltypen zijn aanwezig en hoeveel dieren zijn er op het huidige bedrijf? Welke vergunningen zijn reeds aanwezig en zijn deze nog actueel?
Daarna kan er worden gekeken naar de gewenste situatie. Wat zijn de mogelijkheden voor nieuwbouw of een uitbreiding en welke consequenties heeft dat voor het huidige bedrijf? Past het nieuwe plan binnen het bestaande bouwblok, of dient een erfvergroting aangevraagd te worden? Dit kan getoetst worden door het bestemmingsplan te raadplegen.
Vervolgens dient er gekeken te worden of het bedrijf dichtbij een natuurbeschermingsgebied of Natura2000 gebied ligt, of in een archeologisch waardevol gebied. Als het noodzakelijk is om het bouwblok te vergroten, dient in de meeste gevallen een wijzigingsplan te worden opgesteld. Een voorbeeld van een wijzigingsplan die ik heb gemaakt is in te zien via ruimtelijkeplannen.nl.
Als de veestapel wordt uitgebreid met meer dan 200 stuks melkvee en eventueel daarbovenop 140 stuks jongvee, òf 340 stuks jongvee, dan dient er een M.E.R-beoordeling te worden opgesteld. M.E.R. staat voor milieueffectrapportage. In de M.E.R.-beoordeling worden de potentiële milieueffecten en alternatieven in beeld gebracht. De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren valt onder onderdeel D artikel 14 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
In deze fase kunnen de definitieve ontwerptekening gemaakt worden en een situatietekening.

plankaart wijzigingsplan
Plankaart behorend bij een wijzigingsplan

Benodigde vergunningen

Alle benodigde vergunning worden samengevoegd in de zogeheten omgevingsvergunning. Via een vergunning check is op voorhand te toetsen welke onderdelen er nodig zijn, maar laat een definitieve beoordeling a.u.b. aan uw adviseur over!

De aanvraag van een omgevingsvergunning kan uit een aantal werkzaamheden bestaan die hieronder worden opgenoemd (dit is alleen als voorbeeld bedoeld):

  • Handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden
    Hieronder valt de aanvraag voor de Natuurbeschermingswet (PAS).
  • Overig bouwwerk bouwen
    De (nieuw)bouw voor de huisvesting van het vee, een loods en sleufsilo’s indien deze hoger zijn dan 2,50 m. De gemeente zal het ingediende plan ook toetsen op brandveiligheid. Bij grote brandcompartimenten – en dit is bij melkveestallen dikwijls het geval – is de oppervlakte vaak groter dan maximaal in het Bouwbesluit is toegestaan. In dat geval dient onderzocht te worden of er een vorm van gelijkwaardig kan worden aangetoond, dit is mogelijk met een risicoanalyse. Ook zal in dit stadium op zijn minst een opzet van de hoofddraagconstructies te worden ingediend bij de gemeente.
  • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening
    De gewenste uitbreiding past dan niet binnen het huidige bouwblok, of de afmetingen van de nieuwbouw zoals vermeld in het bestemmingsplan worden overschreden.
  • Kappen
    Het kappen van bomen.
  • Zonnepaneel of -collector plaatsen
    Voor het plaatsen van zonnepanelen is een vergunning nodig.
  • Inrichting of mijnbouwwerk oprichten of veranderen (Milieu)
    De milieuvergunning.

Voor deze onderdelen dient het definitieve ontwerp te zijn uitgewerkt tot bestektekeningen met een situatietekening en een milieutekening.

Kaart met kwetsbare gebieden in de AERIUS-calculator

Aanbesteding / fase voor uitvoering

Als onafhankelijk adviseur werk ik niet met vaste aannemers, maar houd een aanbesteding. Samen met de opdrachtgever worden een aantal aannemers (meestal 4 tot 6) uitgekozen die op het werk kunnen inschrijven.
In de aanbestedingsfase dient al het tekenwerk, bestaande uit bestektekeningen en detailtekeningen definitief te zijn en moeten de constructieberekeningen- en tekeningen gereed zijn. Op basis van de tekeningen en de wensen van de opdrachtgever wordt een bestek geschreven. Het bestek en de tekeningen zijn dan de basis en de uiteindelijke contractstukken waarop de aannemers hun prijs baseren.

Detail overstek
Detail goot met dakoverstek

Actuele projecten melkveehouderij

Actuele projecten melkveehouderij (februari 2017)

Er lopen momenteel 3 projecten waarbij een bestaande melkveehouderij wordt uitgebreid. Twee van deze projecten gaan deze maand in uitvoering.

Plavuizenweg 1 Lelystad

Het eerste project dat van start gaat is de melkveehouderij aan de Plavuizenweg 1 in Lelystad voor Maatschap Zonderland.
Er wordt een ligboxenstal en jongveestal aangebouwd met een oppervlak van 3760 m² en een kapschuur van 800 m³. Voor de emissiearme vloer van de uitbreiding van het melkvee is gekozen voor Groene Vlag roosters en ter plaatse van de huisvesting voor het jongvee komen traditionele roosters. Onder de volledige uitbreiding komt een mestkelder, waarbij een klein gedeelte gereserveerd is voor wateropslag. Het totale bedrijf gaat plaats bieden aan 528 stuks melkvee en 457 stuks jongvee.
Aannemersbedrijf Hoes B.V. uit Horssen start deze maand (februari 2017) met de bouw.
Overige partijen die betrokken zijn geweest bij dit project zijn Transect voor het verrichten van een archeologisch onderzoek en Lievense CSO voor het aanmelden van het Wijzigingsplan in het benodigde format ( IMRO gecodeerde plantekst).

Milieutekening

Duikerweg 50 Zeewolde

Het tweede project betreft de uitbreiding van een melkveehouderij aan de Duikerweg 50 in Zeewolde voor de fam. Vromans.
In 2012 heb ik voor de uitbreiding reeds de vergunningen aangevraagd en deze zijn indertijd ook verleend, maar het plan heeft een aantal jaren op de plank gelegen. Eind november 2016 heeft de opdrachtgever besloten om de beoogde uitbreiding nu toch door te zetten. Afgelopen december heb ik dan ook hard gewerkt om de tekeningen deels aan te passen, de constructieberekeningen en constructietekeningen voor de onderbouw en de bovenbouw te maken, het bestek te schrijven en de aanbesteding bij een aantal geselecteerde aannemers aan te bieden.
De uitbreiding bestaat uit een potstal van 1055 m² die huisvesting gaat bieden aan zo’n 80 stuks melkvee en wordt gebouwd tegen en achter de bestaande melkstal / jongveestal. De pot wordt 40 cm diep aangelegd en onder de voergangen naast de pot komt een mestkelder.
IV Bouw en Montage uit Langbroek gaat de bouw van de stal verzorgen en in week 7 van 2017 wordt al gestart met het heiwerk.

Nekkeveldweg 34 Zeewolde

Voor het derde project heb ik afgelopen december opdracht gekregen, dit betreft de uitbreiding van een melkveehouderij aan de Nekkeveldweg 34 in Zeewolde voor dhr. Oudijk.
De huidige melkstal zal plaats maken voor een 2e melkrobot en in de nieuwbouw zal een derde melkrobot neergezet worden. De nieuwbouw met een oppervlak van 1112 m² gaat plaats bieden aan 86 stuks melkvee, waarmee het totaal aantal melkvee op ca. 250 stuks komt. Voor de loop- en eetruimtes moet nog een emissiearme vloer gekozen worden. Bouwbureau Wedekind verzorgt hiervoor het bouwkundige tekenwerk en de vergunning aanvraag, waarbij in eerste instantie alleen een milieuvergunning en VVGB natuurbeschermingswet worden aangevraagd in het kader van de PAS. Een M.E.R.-beoordeling en een vergroting van het bouwblok zijn in dit geval niet nodig.


Wilt u op de hoogte gehouden worden van belangrijke regelgeving in de melkveehouderij en van lopende projecten? Schrijf u dan hieronder in voor de nieuwsbrief.

Uitbreiding mekveehouderij Lelystad aangevraagd

Voor de uitbreiding van een melkveehouderij in Lelystad heb ik de benodigde omgevingsvergunning (bouwen, milieu), wijzigingsplan, MER-beoordelingsnotitie en Verklaring Van Geen Bedenkingen Natuurbeschermingswet aangevraagd.
De verschillende procedures zijn in behandeling en liggen al een aantal weken ter inzage.

De komende periode ga ik werken aan de constructieve uitwerking en het schrijven van een bestek, waarna de aanbesteding plaats kan vinden.

Benodigde gegevens aanvraag natuurbeschermingswet voor agrarische bedrijven

Wat heeft u nodig voor de aanvraag of melding voor de Natuurbeschermingswet?

Als u uw agrarische bedrijf wenst uit te breiden heeft u waarschijnlijk een Natuurbeschermingswet vergunning of verklaring van geen bedenkingen nodig, welke ik als adviseur voor u kan aanvragen.

Bij toetsing van de mogelijke effecten op natuurgebieden als gevolg van stikstofuitstoot door uw bedrijf wordt bekeken welke bepalingen uit de Natuurbeschermingswet voor u van toepassing zijn. Daarvoor is het van belang te weten of de voorgenomen activiteit een aanpassing vormt van een bestaande activiteit óf dat de voorgenomen activiteit de oprichting van een nieuw bedrijf is. Indien sprake is van de wijziging van een bestaande activiteit, dus bijvoorbeeld het uitbreiden van de veestapel, dan kunt u de onderstaande lijst gebruiken.

Aan te leveren gegevens ter onderbouwing bestaande activiteit:

  • Voeg een overzicht toe van alle vergunningen (Wet milieubeheer/Hinderwet) sinds de oprichting van het bedrijf (naam, korte omschrijving vergunde situatie, vergunde emissies, datum afgifte, bevoegd gezag). Voor agrarische bedrijven geldt dat onder vergunning tevens wordt verstaan een melding in kader van de Wet milieubeheer of Hinderwet, zoals een melding Besluit rundveehouderijen.
  • In het kader van de Programmatische aanpak stikstof (PAS) zullen bedrijven die nog niet beschikken over een Natuurbeschermingswetvergunning, aan moeten tonen wat de feitelijk veroorzaakte stikstofdepositie is op 1 januari 2015. Om dit vast te kunnen stellen mogen zij gebruik maken van gegevens over de jaren 2012 tot en met 2014 en mag worden uitgegaan van de hoeveelheid stikstofdepositie die in die periode ten hoogste werd veroorzaakt als gevolg van hetgeen daadwerkelijk plaatsvond binnen de kaders van de omgevingsvergunning of een vergunning of melding op grond van de Wet milieubeheer of Hinderwet.
    • Meitelling (met hoogste veebezetting in de periode 2012-2014); en/of
    • Bedrijfsregister* (rundvee en schapen/geiten); en/of
    • Veesaldokaarten*; en/of
    • Financiële boekhouding (grootboekrekeningen en jaarrekening) Diertelgegevens op basis van artikel 3.120 activiteitenbesluit met ondersteunende aan en afvoergegevens; en/of
    • Aan- en verkoop nota’s*; en/of
    • Controlerapporten/bezoekverslagen Omgevingsdienst, NVWA, SKAL, Cross Compliance, Nb-wet handhaving (etc.)*; en/of
    • Rapportages Meststoffenwet*.

Bij de met een ster (*) aangegeven onderdelen moet het betreffende document te worden voorzien van een accountantsverklaring.

Bij het aantonen van de feitelijke veroorzaakte stikstofdepositie is de emissie van de betreffende activiteit het uitgangspunt. De emissiebronnen worden ingevoerd in AERIUS Calculator, waarmee de feitelijke stikstofdepositie wordt bepaald. Het is van belang dat de invoerparameters (de door u aangeleverde gegevens) duidelijk zijn; deze zijn namelijk van invloed op de wijze waarop de NH3 zich verspreidt en dus ook op de hoeveelheid stikstofdepositie.

Nieuw Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren per 1augustus 2015

Nieuw besluit emissiearme huisvesting. (Geactualiseerd op 4 september 2015).

Het nieuwe Besluit emissiearme huisvesting is op 1 juli 2015 gepubliceerd in Staatsblad 2015-266. Dit besluit vervangt straks het Besluit amoniakemissie huisvesting veehouderij. De datum van inwerkingtreding is 1 augustus 2015.

In dit artikel staat een korte samenvatting van de wijzigingen in het nieuwe besluit voor melkveehouderijen.

Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is op 1 juli 2015 in werking getreden. Bij de PAS hoort een maatregelenpakket dat moet leiden tot een reductie van de ammoniakemissie van 10 kiloton per jaar in 2030 ten opzichte van 2013. Eén van die maatregelen is het beperken van de stalemissies door aanscherping en uitbreiding van de maximale emissiewaarden. Het beperken van stalemissie is nodig om de ontwikkelingsruimte van de PAS te realiseren. Deze is ook voor de veehouderij van belang.

Melkveehouderijen uit Flevoland hebben meestal te maken met de provincie Gelderland voor de aanvraag van een Natuurbeschermingswet of melding. Voor hen geldt de Vergunningverlening onder de PAS – provincie Gelderland.
Voor kleine uitbreidingen onder de grenswaarde kan volstaan worden met het doen van een melding. Bij aanvang van de PAS is de grenswaarde vastgesteld op 1 mol/ha/jr.
De ontwikkelruimte is verdeeld in aparte ‘potten’ voor meldingen en vergunningen. Als 95 % van de meldingenpot op is kunnen er geen meldingen meer gedaan worden. Er geldt dan een vergunningplicht voor alle activiteiten die een depositie hebben van meer dan 0,05 mol/ha/jr.

Maximale emissie wordt steeds verder aangescherpt.

In artikel 3 van het Stb. 2015-266 zijn regels opgenomen voor de maximale ammoniakemmissie van melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar.

Bijlage 1 kolom A: Voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 12,2 kg NH3/dier/jaar. Voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015 waarbij de koeien worden beweid, bedraagt de maximale emissiewaarde 13,0.

Bijlage 1 kolom B: Voor een dierenverblijf dat is opgericht op tussen 1 juli 2015 en 1 januari 2018 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 11,0 kg NH3/dier/jaar.

Bijlage 1 kolom C: Voor een dierenverblijf dat is opgericht na 1 januari 2018 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 8,6 kg NH3/dier/jaar.

Tegelijk met de inwerkingtreding van het Besluit emissiearme huisvesting wijzigt straks ook de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav)  Daarin worden de geactualiseerde emissiefactoren opgenomen. Er wordt hierin géén onderscheid gemaakt tussen permanent opstallen en beweiden.
In de nieuwe Rav lijst is te zien dat een traditionele stal met roostervloer (Rav A 1.100 “overige huisvestingssystemen”) een emissiewaarde van 13,0 kg NH3/dier/jaar heeft. Dit is hoger dan de toegestane 11,0 kg NH3/dier/jaar bij oprichting tussen 1-7-2015 en 1-1-2018.

Beweiden

Aan de Rav wordt een bijlage toegevoegd waarin beweiden is opgenomen als managementmaatregel met een ammoniakreductie die bij het berekenen van de ammoniakemissie van een veehouderij mag worden toegepast. Beweiden geeft dan een lagere ammoniakemissie, zodat hier een stimulans vanuit gaat.

Wat geldt er bij uitbreiding van bestaande stallen?

Een bestaand stalsysteem mocht met maximaal 20 stuks melkvee worden uitgebreid, zonder aan de nieuwe eisen te hoeven voldoen. Voorwaarde daaraan is dat de uitbreiding uiterlijk op 30 juni 2015 heeft plaatsgevonden.

Volgens InfoMil gelden de nieuwe maximale emissiewaarden voor nieuwe stallen en grotere uitbreidingen van bestaande stallen (meer dan 50%). Echter in het staatsblad is de definitie van uitbreiden vervallen, waardoor uitbreidingen gelijk worden gesteld aan het oprichten van een dierenverblijf. Als de bestaande stal 1 geheel gaat vormen met de uitbreiding is het vaak wenselijk om hetzelfde huisvestingssysteem toe te passen. Daarom is een mogelijkheid opgenomen voor het bevoegd gezag om bij uitbreidingen af te mogen wijken van de maximale emissiewaarde. In het geval van ammoniakemissie is afwijken alleen mogelijk bij uitbreidingen van een emissiearme stal en niet bij uitbreidingen van een traditionele stal. Deze mogelijkheid van afwijken is beperkt tot uitbreidingen van maximaal 50% van het bebouwde oppervlak van de bestaande stal.

Saldering met een ander bedrijf

Salderen is het verminderen of tot nul terugbrengen van een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied door een voorgenomen initiatief, door het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de bedrijfsvoering van een of meer andere bedrijven.
Indien als gevolg van de oprichting of wijziging van uw bedrijf de stikstofdepositie op het gebied (ook na het nemen van brongerichte maatregelen) toeneemt, verzoeken wij u te onderzoeken of saldering met nabijgelegen gestopte of te stoppen bedrijven (hierna: saldogevend bedrijf) mogelijk is. Hierbij is van belang dat het saldogevend bedrijf beschikt over Wm-rechten van vóór de referentiedata of over rechten op grond van de Nbwet. Voorts is van belang dat het saldogevend bedrijf op dat moment feitelijk nog aanwezig was. Dat is het geval als hervatting van het bedrijf mogelijk is zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d van de Nbwet voor het realiseren van het project vereist is, m.a.w., zonder dat een fysieke ingreep nodig om de bedrijfsvoering te kunnen hervatten. Bij een fysieke ingreep kunt u denken aan het opnieuw bouwen (van een deel) van de stal, het aanbrengen van een andere vloer, sleuven of mestschuiven.

Enkele voorbeelden:

  • het saldogevend bedrijf is enkele jaren geleden gestopt; het bedrijf beschikt over Wm-rechten van voor de referentiedata of over een (recente) Nbwet vergunning. De stallen zijn niet gesloopt maar worden voor een deel verhuurd als opslagruimte en voor het overige deel gebruikt als garage. Met dit bedrijf kan worden gesaldeerd, omdat hervatting van het bedrijf mogelijk is zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d nodig is.
  • Het saldogevend bedrijf is gestopt en de bestemming agrarisch is inmiddels gewijzigd in bestemming woning. De stallen zijn nog niet gesloopt. Met dit bedrijf kan worden gesaldeerd mits de overeenkomst waarbij de rechten worden overgedragen is afgesloten op het moment dat de stallen er nog stonden.
  • Het saldogevend bedrijf is gestopt en heeft een deel van de stal verbouwd tot bijkeuken. Hervatting van bedrijf is niet mogelijk zonder dat hiervoor een fysieke ingreep wordt gedaan en dus een vergunning nodig is op grond van artikel 19d van de Nbwet. Saldering met dit bedrijf is dus niet mogelijk.

Heeft u een bedrijf gevonden dat voldoet aan vorenstaande voorwaarden, dan dient door middel van stikstofberekeningen aangetoond te worden dat de effecten van de gestopte/te stoppen bedrijf en uw toekomstige bedrijf vergelijkbaar zijn.

Benodigde gegevens voor aanvraag Natuurbeschermingswet

Zie dit artikel voor de gegevens die u nodig heeft voor de aanvraag of melding Nbw.

Vergunning Natuurbeschermingswet voor 2 bedrijven verleend

Tijdens de zomervakantie zijn 2 Natuurbeschermingswet vergunningen (Nbw) verleend.

De eerste vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 is door Gedeputeerde Staten van Gelderland verleend voor het uitbreiden van een melkrundveehouderij aan de Gruttoweg in Zeewolde. Om uitbreiding van de veestapel mogelijk te maken, hebben de opdrachtgevers een bestaand bedrijf opgekocht. Op grond van het bestaand recht van het bedrijf in Zeewolde (Flevoland) in aanvulling met de rechten van het opgekochte bedrijf, zijn zij in staat om hun bedrijf met het beoogde aantal koeien (ruim 700 stuks) uit te breiden.
Bouwbureau Wedekind zet het traject nu voort met het schrijven van een bestek en het maken van constructieberekeningen voor de nieuw te bouwen ligboxenstal. De planning is om voorjaar 2015 te starten met de bouw.

De tweede vergunning Nwb is verleend voor een bestaand melkveehouderijbedrijf aan de Sternweg in Zeewolde. Bij dit bedrijf is in de loop der jaren een wirwar van vergunningen en maatregelen van bestuur ontstaan. De opdrachtgever wilde graag orde op zaken stellen, waarna is besloten om een revisievergunning milieu aan te vragen, in aanvulling met de aanvraag Natuurbeschermingswet.