Home » Nieuws » Regelgeving

Categorie: Regelgeving

Stappenplan oprichten of uitbreiden van een melkveehouderij

Welke stappen en vergunningen zijn nodig voor uitbreiding melkveehouderij?

Als u een melkveehouderij wilt gaan starten, of – wat vaker voorkomt – uw bestaande melkveehouderij wilt uitbreiden, dan krijgt u te maken met een stapel aan regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en bouwen. In dit artikel probeer ik een overzicht te maken van het traject dat gevolgd kan worden, voordat u daadwerkelijk met de door u gewenste nieuwbouw of verbouw kunt starten. Het biedt niet meer dan een algemene leidraad, want per bedrijf en locatie kunnen er verschillen zijn.

Stappenplan bouwen

Vooroverleg en inventarisatie

Allereerst wordt de bestaande situatie geïnventariseerd, welke staltypen zijn aanwezig en hoeveel dieren zijn er op het huidige bedrijf? Welke vergunningen zijn reeds aanwezig en zijn deze nog actueel?
Daarna kan er worden gekeken naar de gewenste situatie. Wat zijn de mogelijkheden voor nieuwbouw of een uitbreiding en welke consequenties heeft dat voor het huidige bedrijf? Past het nieuwe plan binnen het bestaande bouwblok, of dient een erfvergroting aangevraagd te worden? Dit kan getoetst worden door het bestemmingsplan te raadplegen.
Vervolgens dient er gekeken te worden of het bedrijf dichtbij een natuurbeschermingsgebied of Natura2000 gebied ligt, of in een archeologisch waardevol gebied. Als het noodzakelijk is om het bouwblok te vergroten, dient in de meeste gevallen een wijzigingsplan te worden opgesteld. Een voorbeeld van een wijzigingsplan die ik heb gemaakt is in te zien via ruimtelijkeplannen.nl.
Als de veestapel wordt uitgebreid met meer dan 200 stuks melkvee en eventueel daarbovenop 140 stuks jongvee, òf 340 stuks jongvee, dan dient er een M.E.R-beoordeling te worden opgesteld. M.E.R. staat voor milieueffectrapportage. In de M.E.R.-beoordeling worden de potentiële milieueffecten en alternatieven in beeld gebracht. De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren valt onder onderdeel D artikel 14 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
In deze fase kunnen de definitieve ontwerptekening gemaakt worden en een situatietekening.

plankaart wijzigingsplan
Plankaart behorend bij een wijzigingsplan

Benodigde vergunningen

Alle benodigde vergunning worden samengevoegd in de zogeheten omgevingsvergunning. Via een vergunning check is op voorhand te toetsen welke onderdelen er nodig zijn, maar laat een definitieve beoordeling a.u.b. aan uw adviseur over!

De aanvraag van een omgevingsvergunning kan uit een aantal werkzaamheden bestaan die hieronder worden opgenoemd (dit is alleen als voorbeeld bedoeld):

  • Handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden
    Hieronder valt de aanvraag voor de Natuurbeschermingswet (PAS).
  • Overig bouwwerk bouwen
    De (nieuw)bouw voor de huisvesting van het vee, een loods en sleufsilo’s indien deze hoger zijn dan 2,50 m. De gemeente zal het ingediende plan ook toetsen op brandveiligheid. Bij grote brandcompartimenten – en dit is bij melkveestallen dikwijls het geval – is de oppervlakte vaak groter dan maximaal in het Bouwbesluit is toegestaan. In dat geval dient onderzocht te worden of er een vorm van gelijkwaardig kan worden aangetoond, dit is mogelijk met een risicoanalyse. Ook zal in dit stadium op zijn minst een opzet van de hoofddraagconstructies te worden ingediend bij de gemeente.
  • Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening
    De gewenste uitbreiding past dan niet binnen het huidige bouwblok, of de afmetingen van de nieuwbouw zoals vermeld in het bestemmingsplan worden overschreden.
  • Kappen
    Het kappen van bomen.
  • Zonnepaneel of -collector plaatsen
    Voor het plaatsen van zonnepanelen is een vergunning nodig.
  • Inrichting of mijnbouwwerk oprichten of veranderen (Milieu)
    De milieuvergunning.

Voor deze onderdelen dient het definitieve ontwerp te zijn uitgewerkt tot bestektekeningen met een situatietekening en een milieutekening.

Kaart met kwetsbare gebieden in de AERIUS-calculator

Aanbesteding / fase voor uitvoering

Als onafhankelijk adviseur werk ik niet met vaste aannemers, maar houd een aanbesteding. Samen met de opdrachtgever worden een aantal aannemers (meestal 4 tot 6) uitgekozen die op het werk kunnen inschrijven.
In de aanbestedingsfase dient al het tekenwerk, bestaande uit bestektekeningen en detailtekeningen definitief te zijn en moeten de constructieberekeningen- en tekeningen gereed zijn. Op basis van de tekeningen en de wensen van de opdrachtgever wordt een bestek geschreven. Het bestek en de tekeningen zijn dan de basis en de uiteindelijke contractstukken waarop de aannemers hun prijs baseren.

Detail overstek
Detail goot met dakoverstek

Nieuw Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren per 1augustus 2015

Nieuw besluit emissiearme huisvesting. (Geactualiseerd op 4 september 2015).

Het nieuwe Besluit emissiearme huisvesting is op 1 juli 2015 gepubliceerd in Staatsblad 2015-266. Dit besluit vervangt straks het Besluit amoniakemissie huisvesting veehouderij. De datum van inwerkingtreding is 1 augustus 2015.

In dit artikel staat een korte samenvatting van de wijzigingen in het nieuwe besluit voor melkveehouderijen.

Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is op 1 juli 2015 in werking getreden. Bij de PAS hoort een maatregelenpakket dat moet leiden tot een reductie van de ammoniakemissie van 10 kiloton per jaar in 2030 ten opzichte van 2013. Eén van die maatregelen is het beperken van de stalemissies door aanscherping en uitbreiding van de maximale emissiewaarden. Het beperken van stalemissie is nodig om de ontwikkelingsruimte van de PAS te realiseren. Deze is ook voor de veehouderij van belang.

Melkveehouderijen uit Flevoland hebben meestal te maken met de provincie Gelderland voor de aanvraag van een Natuurbeschermingswet of melding. Voor hen geldt de Vergunningverlening onder de PAS – provincie Gelderland.
Voor kleine uitbreidingen onder de grenswaarde kan volstaan worden met het doen van een melding. Bij aanvang van de PAS is de grenswaarde vastgesteld op 1 mol/ha/jr.
De ontwikkelruimte is verdeeld in aparte ‘potten’ voor meldingen en vergunningen. Als 95 % van de meldingenpot op is kunnen er geen meldingen meer gedaan worden. Er geldt dan een vergunningplicht voor alle activiteiten die een depositie hebben van meer dan 0,05 mol/ha/jr.

Maximale emissie wordt steeds verder aangescherpt.

In artikel 3 van het Stb. 2015-266 zijn regels opgenomen voor de maximale ammoniakemmissie van melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar.

Bijlage 1 kolom A: Voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 12,2 kg NH3/dier/jaar. Voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015 waarbij de koeien worden beweid, bedraagt de maximale emissiewaarde 13,0.

Bijlage 1 kolom B: Voor een dierenverblijf dat is opgericht op tussen 1 juli 2015 en 1 januari 2018 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 11,0 kg NH3/dier/jaar.

Bijlage 1 kolom C: Voor een dierenverblijf dat is opgericht na 1 januari 2018 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 8,6 kg NH3/dier/jaar.

Tegelijk met de inwerkingtreding van het Besluit emissiearme huisvesting wijzigt straks ook de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav)  Daarin worden de geactualiseerde emissiefactoren opgenomen. Er wordt hierin géén onderscheid gemaakt tussen permanent opstallen en beweiden.
In de nieuwe Rav lijst is te zien dat een traditionele stal met roostervloer (Rav A 1.100 “overige huisvestingssystemen”) een emissiewaarde van 13,0 kg NH3/dier/jaar heeft. Dit is hoger dan de toegestane 11,0 kg NH3/dier/jaar bij oprichting tussen 1-7-2015 en 1-1-2018.

Beweiden

Aan de Rav wordt een bijlage toegevoegd waarin beweiden is opgenomen als managementmaatregel met een ammoniakreductie die bij het berekenen van de ammoniakemissie van een veehouderij mag worden toegepast. Beweiden geeft dan een lagere ammoniakemissie, zodat hier een stimulans vanuit gaat.

Wat geldt er bij uitbreiding van bestaande stallen?

Een bestaand stalsysteem mocht met maximaal 20 stuks melkvee worden uitgebreid, zonder aan de nieuwe eisen te hoeven voldoen. Voorwaarde daaraan is dat de uitbreiding uiterlijk op 30 juni 2015 heeft plaatsgevonden.

Volgens InfoMil gelden de nieuwe maximale emissiewaarden voor nieuwe stallen en grotere uitbreidingen van bestaande stallen (meer dan 50%). Echter in het staatsblad is de definitie van uitbreiden vervallen, waardoor uitbreidingen gelijk worden gesteld aan het oprichten van een dierenverblijf. Als de bestaande stal 1 geheel gaat vormen met de uitbreiding is het vaak wenselijk om hetzelfde huisvestingssysteem toe te passen. Daarom is een mogelijkheid opgenomen voor het bevoegd gezag om bij uitbreidingen af te mogen wijken van de maximale emissiewaarde. In het geval van ammoniakemissie is afwijken alleen mogelijk bij uitbreidingen van een emissiearme stal en niet bij uitbreidingen van een traditionele stal. Deze mogelijkheid van afwijken is beperkt tot uitbreidingen van maximaal 50% van het bebouwde oppervlak van de bestaande stal.

Saldering met een ander bedrijf

Salderen is het verminderen of tot nul terugbrengen van een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied door een voorgenomen initiatief, door het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de bedrijfsvoering van een of meer andere bedrijven.
Indien als gevolg van de oprichting of wijziging van uw bedrijf de stikstofdepositie op het gebied (ook na het nemen van brongerichte maatregelen) toeneemt, verzoeken wij u te onderzoeken of saldering met nabijgelegen gestopte of te stoppen bedrijven (hierna: saldogevend bedrijf) mogelijk is. Hierbij is van belang dat het saldogevend bedrijf beschikt over Wm-rechten van vóór de referentiedata of over rechten op grond van de Nbwet. Voorts is van belang dat het saldogevend bedrijf op dat moment feitelijk nog aanwezig was. Dat is het geval als hervatting van het bedrijf mogelijk is zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d van de Nbwet voor het realiseren van het project vereist is, m.a.w., zonder dat een fysieke ingreep nodig om de bedrijfsvoering te kunnen hervatten. Bij een fysieke ingreep kunt u denken aan het opnieuw bouwen (van een deel) van de stal, het aanbrengen van een andere vloer, sleuven of mestschuiven.

Enkele voorbeelden:

  • het saldogevend bedrijf is enkele jaren geleden gestopt; het bedrijf beschikt over Wm-rechten van voor de referentiedata of over een (recente) Nbwet vergunning. De stallen zijn niet gesloopt maar worden voor een deel verhuurd als opslagruimte en voor het overige deel gebruikt als garage. Met dit bedrijf kan worden gesaldeerd, omdat hervatting van het bedrijf mogelijk is zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d nodig is.
  • Het saldogevend bedrijf is gestopt en de bestemming agrarisch is inmiddels gewijzigd in bestemming woning. De stallen zijn nog niet gesloopt. Met dit bedrijf kan worden gesaldeerd mits de overeenkomst waarbij de rechten worden overgedragen is afgesloten op het moment dat de stallen er nog stonden.
  • Het saldogevend bedrijf is gestopt en heeft een deel van de stal verbouwd tot bijkeuken. Hervatting van bedrijf is niet mogelijk zonder dat hiervoor een fysieke ingreep wordt gedaan en dus een vergunning nodig is op grond van artikel 19d van de Nbwet. Saldering met dit bedrijf is dus niet mogelijk.

Heeft u een bedrijf gevonden dat voldoet aan vorenstaande voorwaarden, dan dient door middel van stikstofberekeningen aangetoond te worden dat de effecten van de gestopte/te stoppen bedrijf en uw toekomstige bedrijf vergelijkbaar zijn.

Benodigde gegevens voor aanvraag Natuurbeschermingswet

Zie dit artikel voor de gegevens die u nodig heeft voor de aanvraag of melding Nbw.

Emissie eisen huisvestingssystemen veehouderijen worden strenger

Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren.

(Tekst bewerkt op 30 september 2014).

Met ingang van 1 januari 2015 wordt het huidige “Besluit huisvesting” vervangen door het “Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren”. De tekst is te vinden in Staatscourant 2014, nummer 24770, gepubliceerd op 19 september 2014.
Zienswijzen indienen?
Iedereen kan tot en met 17 oktober 2014 schriftelijk zienswijzen indienen.

De maximale emissiewaarden gaan gelden voor nieuwe stallen en voor grotere uitbreidingen van bestaande stallen die met meer dan de helft van het vloeroppervlak gaan uitbreiden (meer dan 50%).

Aangescherpte emissiewaarden

De aangescherpte maximale emissiewaarden voor ammoniak worden strenger voor de diercategorieën:

  • melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (A 1)
  • vleesvarkens, opfokberen van ca. 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking (D 3)
  • legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen (E 2)
  • diercategorie (groot-)ouderdieren van vleeskuikens (E 4)
  • vleeskuikens (E 5)

Tegelijk met de inwerkingtreding van het besluit wijzigt straks ook de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). Daarin worden de geactualiseerde emissiefactoren opgenomen.

Uitzonderingen

Er komen uitzonderingen bij voor:

  • varkens met 2- en 3 sterren van het Beter Leven Kenmerk
  • vrijloopstallen bij de diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Er gelden geen uitzonderingen meer voor:

  • biologisch gehouden pluimvee
  • biologisch gehouden melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Wel of niet beweiden

Uit de nieuwe (voorlopige) Rav lijst valt op te maken dat er géén verschil meer wordt gemaakt tussen het wel of niet beweiden van melkvee. Per stalsysteem geldt er dus nog maar 1 emissiefactor.
Bij bijvoorbeeld een traditionele roostervloer, golden de volgende emissiefactoren volgens de huidige Rav lijst:

  • Beweiden (A 1.100.1): 9,5 kg NH3 per dierplaats per jaar,
  • Permanent opstallen (A 1.100.2): 11,0 kg NH3 per dierplaats per jaar

In de nieuwe (per 2015) Rav is de emissiefactor voor “overige huisvestingssystemen” vastgesteld op 13,0 kg NH3 per dierplaats per jaar.

De maximaal toelaatbare ammoniak emissie is momenteel 9,5 kg NH3 per dierplaats per jaar. Naar verwachting wordt ook deze waarde in de toekomst aangescherpt.
Nieuwbouw met een traditionele roostervloer waarbij de koeien beweid worden is met ingang van het nieuwe besluit niet meer mogelijk. Er geldt dan immers een emissiefactor van 13,0 kg NH3/koe en dat is hoger dan 9,5 kg NH3/koe.

Download de Nieuwe Rav lijst voor diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar:
geactualiseerde_emissiefactoren_rundvee

Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

Voor melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar gelden de volgende regels:

Huidige situatie tot 2015
Melkveestallen, of uitbreidingen met minder dan de helft van het oppervlak, opgericht tussen 1 april 2008 en 1 januari 2015. Maximale emissiewaarde 12,2 kg NH3 per dierplaats per jaar.
Deze maximale emissie waarde geldt niet, indien vóór 1 april 2008 reeds een milieuvergunning of bouwvergunning was verleend.

Vanaf 2015
Vanaf 2015 geldt een maximale emissiewaarde van 11,0 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Vanaf 2018
Vanaf 2018 geldt een maximale emissiewaarde van 8,6 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Geen overgangsregeling

Er komt voor zover bekend geen overgangsregeling. Als u bouwplannen heeft, nog bezig bent met het bouwen van een nieuwe stal, of met een uitbreiding van een bestaande stal met meer dan 50%, dan heeft u per 1 januari 2015 direct met de nieuwe eisen te maken.

De ammoniakberekeningen (Aagrostacks, of Aerius) voor de aanvraag van een Natuurbeschermingswet (Nb) vergunning zullen in de nieuwe situatie waarschijnlijk hoger, en dus ongunstiger, uitvallen.

Externe links:

Huidig Besluit huisvesting (InfoMIL)

Ontwerp Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren (InfoMIL)


Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte gehouden worden van belangrijke wijzingen in de regelgeving voor de melkveehouderij sector?
Schrijf u dan nu in voor de nieuwsbrief!


 

Vergunning Natuurbeschermingswet voor 2 bedrijven verleend

Tijdens de zomervakantie zijn 2 Natuurbeschermingswet vergunningen (Nbw) verleend.

De eerste vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 is door Gedeputeerde Staten van Gelderland verleend voor het uitbreiden van een melkrundveehouderij aan de Gruttoweg in Zeewolde. Om uitbreiding van de veestapel mogelijk te maken, hebben de opdrachtgevers een bestaand bedrijf opgekocht. Op grond van het bestaand recht van het bedrijf in Zeewolde (Flevoland) in aanvulling met de rechten van het opgekochte bedrijf, zijn zij in staat om hun bedrijf met het beoogde aantal koeien (ruim 700 stuks) uit te breiden.
Bouwbureau Wedekind zet het traject nu voort met het schrijven van een bestek en het maken van constructieberekeningen voor de nieuw te bouwen ligboxenstal. De planning is om voorjaar 2015 te starten met de bouw.

De tweede vergunning Nwb is verleend voor een bestaand melkveehouderijbedrijf aan de Sternweg in Zeewolde. Bij dit bedrijf is in de loop der jaren een wirwar van vergunningen en maatregelen van bestuur ontstaan. De opdrachtgever wilde graag orde op zaken stellen, waarna is besloten om een revisievergunning milieu aan te vragen, in aanvulling met de aanvraag Natuurbeschermingswet.

Milieuneutraal veranderen melkveehouderij in Lelystad

Gisteren heb ik het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning milieuneutraal veranderen ontvangen van de gemeente Lelystad.
De aanvraag betreft een melkveehouderij aan de Knarweg in Lelystad (Flevoland). De boer in kwestie wil minder melkkoeien gaan houden en meer jongvee.

Een omgevingsvergunning voor een milieuneutrale verandering kan alleen worden verleend als voldaan wordt aan de voorwaarden uit art. 3.10, lid 3 van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Uit dit artikel volgt dat de aangevraagde vergunning kan worden verleend indien de verandering:

  • niet zal leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning zijn toegestaan,
  • niet zal leiden tot het ontstaan van een andere inrichting dan waarvoor vergunning is verleend,
  • geen aanleiding geeft tot het opstellen van een milieueffectrapport.

Boerenbedrijven krijgen ruimte om te groeien door aanpak ammoniak

Convenant maatregelen programma aanpak stikstof.

Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken heeft op 18 maart 2014 samen met het agrarisch bedrijfsleven afspraken gemaakt over de uitstoot van ammoniak. Een vermindering van de uitstoot zorgt ervoor dat boerenbedrijven kunnen groeien en de natuurkwaliteit verbetert. De afspraken zijn onderdeel van een overeenkomst in het kader van de zogenoemde Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

De Minister van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu stellen ingevolge artikel 19kg van de Natuurbeschermingswet 1998, (…) een programma vast ter vermindering van de stikstofdepositie, afkomstig van in Nederland aanwezige bronnen (programma aanpak stikstof). Het programma is erop gericht om economie en ecologie te verbinden, door de realisering van de instandhoudingsdoelen voor de Natura 2000-gebieden samen te laten gaan met economische ontwikkeling. Het programma bevat maatregelen en voorziet in zogenoemde ontwikkelingsruimte, waardoor het bevoegde gezag toestemming kan verlenen voor projecten en andere handelingen die een toename in de stikstofdepositie veroorzaken op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden.

Het convenant voorziet in:

  • aanscherping van de normen voor de aanwending van dierlijke mest,
  • het beperken van de maximumemissie van ammoniak uit stallen,
  • het periodiek actualiseren van de lijst met huisvestingssystemen, opgenomen in de Regeling Ammoniak en Veehouderij (RaV),
  • het treffen van vrijwillige voer- en managementmaatregelen door de veehouders.

Reductie van 10 kiloton ammoniak in 2030.

De generieke maatregelen hebben, mede met het oog op het toelaten van nieuwe activiteiten, tot doel dat in 2030 een netto reductie is gerealiseerd van ten minste 10 kiloton ammoniakemissie ten opzichte van de ammoniakemissie in 2013. 56% van de depositieruimte die als gevolg van deze reductie ontstaat, komt beschikbaar voor ontwikkelingen in de veehouderijsector.

Download hieronder het Convenant maatregelen programma aanpak stikstof.

[download id=”37″ format=”1″]

Maatlat Duurzame Veehouderij uitgebreid

MDV 8 in 2014.

Vanaf 2014 wordt de MDV (Maatlat Duurzame Veehouderij) versie 8 van toepassing. Een aantal criteria van het certificatieschema zullen worden herzien. De dierwelzijnsmaatlat wordt uitgebreid met het thema brandveiligheid.

Uitnodiging voor de hoorzittingen

Belangstellenden kunnen hun visie geven op het herziene certificatieschema MDV 8. Daartoe organiseert SMK op één dag in totaal vier hoorzittingen. De input van deze inspraakrondes wordt meegewogen door het College van Deskundigen MDVA bij het definitief vaststellen van het certificatieschema MDV.
Klik hier voor meer informatie.

Geen mini windmolens op daken buitengebied Zeewolde

De gemeente Zeewolde geeft geen verruiming in het bestemmingsplan voor de bouwmogelijkheden van mini windmolens op daken van gebouwen in het buitengebied.

Bouwbureau Wedekind heeft een principe aanvraag ingediend om de mogelijkheden te onderzoeken voor het plaatsen van mini windturbines op daken van agrarische gebouwen binnen de gemeente.

De reactie van de gemeente is als volgt:

De (voorgestelde) rij windmolens op het dak zijn beeldbepalend en hebben grote invloed op de verschijningsvorm van de bebouwing. Vooralsnog willen we dan ook de bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan voor een dergelijke ontwikkeling niet verruimen en moeten de windmolens op gebouwen binnen de maximale bouwhoogte blijven, danwel als ondergeschikt bouwdeel, indien de ruimtelijke invloed op de verschijningsvorm beperkt is/blijft.

Principe aanvraag mini-windturbies op daken in buitengebied.
Principe aanvraag mini-windturbies op daken in buitengebied.

BTW verlaging verbouwen eigen woning gaat in op 1 maart a.s.

BTW verlaging arbeidskosten naar 6%

Op woensdag 13 februari is een woningmarktakkoord tot stand gekomen waarin is afgesproken dat het btw-tarief wordt verlaagd bij het verbouwen van bestaande woningen.

Het btw tarief wordt tijdelijk verlaagd van 21% naar 6% en geld alleen voor de arbeidskosten bij renovatie en herstel van bestaande woningen. De tijdelijke regeling gaat in op 1 maart 2013 en loopt tot 1 maart 2014. Voor 1 maart 2013 publiceren het ministerie van Financiën en de Belastingdienst meer informatie over deze maatregel.

Bron: Belastingdienst

Strengere eisen brandveiligheid nieuwe stallen

Honderdduizenden dieren komen jaarlijks om het leven bij stalbranden. De Dierenbescherming, het Verbond van Verzekeraars, de Nederlandse Vereniging voor Brand- en Rampenbestrijding (NVBR) en LTO Nederland vinden dat dieren beter beschermd moeten en kunnen worden tegen brand. Deze partijen stellen voor om in het Bouwbesluit een aparte subcategorie voor het bedrijfsmatig houden van dieren te introduceren en de regelgeving voor deze categorie met de genoemde brandveiligheidseisen aan te scherpen. Momenteel vallen stallen onder de categorie industriegebouwen, zodat de brandveiligheidseisen voor stallen met dieren het zelfde zijn als bijvoorbeeld loodsen met opslag van goederen.

Staatssecretaris Sharon Dijksma van Landbouw komt nu met maatregelen om brand in stallen zoveel mogelijk te voorkomen.

Nieuwe eisen in het Bouwbesluit:

Een brand ontstaat vaak in technische ruimtes (meterkast, machinekamer), onder meer door kortsluiting. Zo moet bij de nieuwbouw van stallen de ruimte waarin belangrijke apparaten of installaties staan, de technische ruimte, minimaal 60 minuten brandwerend zijn.  Ook moeten de materialen (constructieonderdelen van en aankleding in stallen) bij nieuwbouw en verbouw voortaan voldoen aan strengere brandveiligheidseisen (minimaal brandklasse B). Een brand kan zich in een stal vaak snel uitbreiden via deze materialen.

De verwachting is dat de nieuwe eisen op 1 januari 2014 in werking gaan treden.

Tabel: Overzicht Europese brandklasse.

Europese klassering brandklasse materiaalgedrag
bij brand
in de praktijk
A1 geen enkele bijdrage onbrandbaar
A2 nauwelijks bijdrage praktisch onbrandbaar
B zeer beperkte bijdrage zeer moeilijk brandbaar
C grote bijdrage brandbaar
D hoge bijdrage goed brandbaar
E zeer hoge bijdrage zeer brandbaar
F gevaarlijke bijdrage uiterst brandbaar