Home » Nieuws » agrarisch

Tag: agrarisch

Uitbreiding loods Bloesemlaan 23, koelcellen geplaatst

De uitbreiding van een fruitbewaarplaats aan de Bloesemlaan 23 te Zeewolde  is bouwkundig bijna gereed. Eind 2018 is de gewapend betonvloer van de loods onder dak gestort.

Inmiddels zijn de koelcellen geplaatst, deze bestaan uit geïsoleerde stalen sandwichpanelen. Voorin de koelcellen bevinden zich geïsoleerde schuifdeuren. Wanden, deuren en plafonds worden gasdicht op elkaar aangesloten.

De fruitteler gaat gebruik maken van CO2 koeling. De bestaande koelinstallatie draait nog op een koelmiddel van een ouder type (freon).

De koelcellen zijn geplaatst
De ventilatoren van de koelinstallatie worden gereed gemaakt.

Benodigde gegevens aanvraag natuurbeschermingswet voor agrarische bedrijven

Wat heeft u nodig voor de aanvraag of melding voor de Natuurbeschermingswet?

Als u uw agrarische bedrijf wenst uit te breiden heeft u waarschijnlijk een Natuurbeschermingswet vergunning of verklaring van geen bedenkingen nodig, welke ik als adviseur voor u kan aanvragen.

Bij toetsing van de mogelijke effecten op natuurgebieden als gevolg van stikstofuitstoot door uw bedrijf wordt bekeken welke bepalingen uit de Natuurbeschermingswet voor u van toepassing zijn. Daarvoor is het van belang te weten of de voorgenomen activiteit een aanpassing vormt van een bestaande activiteit óf dat de voorgenomen activiteit de oprichting van een nieuw bedrijf is. Indien sprake is van de wijziging van een bestaande activiteit, dus bijvoorbeeld het uitbreiden van de veestapel, dan kunt u de onderstaande lijst gebruiken.

Aan te leveren gegevens ter onderbouwing bestaande activiteit:

  • Voeg een overzicht toe van alle vergunningen (Wet milieubeheer/Hinderwet) sinds de oprichting van het bedrijf (naam, korte omschrijving vergunde situatie, vergunde emissies, datum afgifte, bevoegd gezag). Voor agrarische bedrijven geldt dat onder vergunning tevens wordt verstaan een melding in kader van de Wet milieubeheer of Hinderwet, zoals een melding Besluit rundveehouderijen.
  • In het kader van de Programmatische aanpak stikstof (PAS) zullen bedrijven die nog niet beschikken over een Natuurbeschermingswetvergunning, aan moeten tonen wat de feitelijk veroorzaakte stikstofdepositie is op 1 januari 2015. Om dit vast te kunnen stellen mogen zij gebruik maken van gegevens over de jaren 2012 tot en met 2014 en mag worden uitgegaan van de hoeveelheid stikstofdepositie die in die periode ten hoogste werd veroorzaakt als gevolg van hetgeen daadwerkelijk plaatsvond binnen de kaders van de omgevingsvergunning of een vergunning of melding op grond van de Wet milieubeheer of Hinderwet.
    • Meitelling (met hoogste veebezetting in de periode 2012-2014); en/of
    • Bedrijfsregister* (rundvee en schapen/geiten); en/of
    • Veesaldokaarten*; en/of
    • Financiële boekhouding (grootboekrekeningen en jaarrekening) Diertelgegevens op basis van artikel 3.120 activiteitenbesluit met ondersteunende aan en afvoergegevens; en/of
    • Aan- en verkoop nota’s*; en/of
    • Controlerapporten/bezoekverslagen Omgevingsdienst, NVWA, SKAL, Cross Compliance, Nb-wet handhaving (etc.)*; en/of
    • Rapportages Meststoffenwet*.

Bij de met een ster (*) aangegeven onderdelen moet het betreffende document te worden voorzien van een accountantsverklaring.

Bij het aantonen van de feitelijke veroorzaakte stikstofdepositie is de emissie van de betreffende activiteit het uitgangspunt. De emissiebronnen worden ingevoerd in AERIUS Calculator, waarmee de feitelijke stikstofdepositie wordt bepaald. Het is van belang dat de invoerparameters (de door u aangeleverde gegevens) duidelijk zijn; deze zijn namelijk van invloed op de wijze waarop de NH3 zich verspreidt en dus ook op de hoeveelheid stikstofdepositie.

Milieuneutraal veranderen melkveehouderij in Lelystad

Gisteren heb ik het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning milieuneutraal veranderen ontvangen van de gemeente Lelystad.
De aanvraag betreft een melkveehouderij aan de Knarweg in Lelystad (Flevoland). De boer in kwestie wil minder melkkoeien gaan houden en meer jongvee.

Een omgevingsvergunning voor een milieuneutrale verandering kan alleen worden verleend als voldaan wordt aan de voorwaarden uit art. 3.10, lid 3 van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Uit dit artikel volgt dat de aangevraagde vergunning kan worden verleend indien de verandering:

  • niet zal leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning zijn toegestaan,
  • niet zal leiden tot het ontstaan van een andere inrichting dan waarvoor vergunning is verleend,
  • geen aanleiding geeft tot het opstellen van een milieueffectrapport.