Home » Nieuws » natuurbeschermingswet

Tag: natuurbeschermingswet

Actuele projecten melkveehouderij

Actuele projecten melkveehouderij (februari 2017)

Er lopen momenteel 3 projecten waarbij een bestaande melkveehouderij wordt uitgebreid. Twee van deze projecten gaan deze maand in uitvoering.

Plavuizenweg 1 Lelystad

Het eerste project dat van start gaat is de melkveehouderij aan de Plavuizenweg 1 in Lelystad voor Maatschap Zonderland.
Er wordt een ligboxenstal en jongveestal aangebouwd met een oppervlak van 3760 m² en een kapschuur van 800 m³. Voor de emissiearme vloer van de uitbreiding van het melkvee is gekozen voor Groene Vlag roosters en ter plaatse van de huisvesting voor het jongvee komen traditionele roosters. Onder de volledige uitbreiding komt een mestkelder, waarbij een klein gedeelte gereserveerd is voor wateropslag. Het totale bedrijf gaat plaats bieden aan 528 stuks melkvee en 457 stuks jongvee.
Aannemersbedrijf Hoes B.V. uit Horssen start deze maand (februari 2017) met de bouw.
Overige partijen die betrokken zijn geweest bij dit project zijn Transect voor het verrichten van een archeologisch onderzoek en Lievense CSO voor het aanmelden van het Wijzigingsplan in het benodigde format ( IMRO gecodeerde plantekst).

Milieutekening

Duikerweg 50 Zeewolde

Het tweede project betreft de uitbreiding van een melkveehouderij aan de Duikerweg 50 in Zeewolde voor de fam. Vromans.
In 2012 heb ik voor de uitbreiding reeds de vergunningen aangevraagd en deze zijn indertijd ook verleend, maar het plan heeft een aantal jaren op de plank gelegen. Eind november 2016 heeft de opdrachtgever besloten om de beoogde uitbreiding nu toch door te zetten. Afgelopen december heb ik dan ook hard gewerkt om de tekeningen deels aan te passen, de constructieberekeningen en constructietekeningen voor de onderbouw en de bovenbouw te maken, het bestek te schrijven en de aanbesteding bij een aantal geselecteerde aannemers aan te bieden.
De uitbreiding bestaat uit een potstal van 1055 m² die huisvesting gaat bieden aan zo’n 80 stuks melkvee en wordt gebouwd tegen en achter de bestaande melkstal / jongveestal. De pot wordt 40 cm diep aangelegd en onder de voergangen naast de pot komt een mestkelder.
IV Bouw en Montage uit Langbroek gaat de bouw van de stal verzorgen en in week 7 van 2017 wordt al gestart met het heiwerk.

Nekkeveldweg 34 Zeewolde

Voor het derde project heb ik afgelopen december opdracht gekregen, dit betreft de uitbreiding van een melkveehouderij aan de Nekkeveldweg 34 in Zeewolde voor dhr. Oudijk.
De huidige melkstal zal plaats maken voor een 2e melkrobot en in de nieuwbouw zal een derde melkrobot neergezet worden. De nieuwbouw met een oppervlak van 1112 m² gaat plaats bieden aan 86 stuks melkvee, waarmee het totaal aantal melkvee op ca. 250 stuks komt. Voor de loop- en eetruimtes moet nog een emissiearme vloer gekozen worden. Bouwbureau Wedekind verzorgt hiervoor het bouwkundige tekenwerk en de vergunning aanvraag, waarbij in eerste instantie alleen een milieuvergunning en VVGB natuurbeschermingswet worden aangevraagd in het kader van de PAS. Een M.E.R.-beoordeling en een vergroting van het bouwblok zijn in dit geval niet nodig.


Wilt u op de hoogte gehouden worden van belangrijke regelgeving in de melkveehouderij en van lopende projecten? Schrijf u dan hieronder in voor de nieuwsbrief.

Benodigde gegevens aanvraag natuurbeschermingswet voor agrarische bedrijven

Wat heeft u nodig voor de aanvraag of melding voor de Natuurbeschermingswet?

Als u uw agrarische bedrijf wenst uit te breiden heeft u waarschijnlijk een Natuurbeschermingswet vergunning of verklaring van geen bedenkingen nodig, welke ik als adviseur voor u kan aanvragen.

Bij toetsing van de mogelijke effecten op natuurgebieden als gevolg van stikstofuitstoot door uw bedrijf wordt bekeken welke bepalingen uit de Natuurbeschermingswet voor u van toepassing zijn. Daarvoor is het van belang te weten of de voorgenomen activiteit een aanpassing vormt van een bestaande activiteit óf dat de voorgenomen activiteit de oprichting van een nieuw bedrijf is. Indien sprake is van de wijziging van een bestaande activiteit, dus bijvoorbeeld het uitbreiden van de veestapel, dan kunt u de onderstaande lijst gebruiken.

Aan te leveren gegevens ter onderbouwing bestaande activiteit:

  • Voeg een overzicht toe van alle vergunningen (Wet milieubeheer/Hinderwet) sinds de oprichting van het bedrijf (naam, korte omschrijving vergunde situatie, vergunde emissies, datum afgifte, bevoegd gezag). Voor agrarische bedrijven geldt dat onder vergunning tevens wordt verstaan een melding in kader van de Wet milieubeheer of Hinderwet, zoals een melding Besluit rundveehouderijen.
  • In het kader van de Programmatische aanpak stikstof (PAS) zullen bedrijven die nog niet beschikken over een Natuurbeschermingswetvergunning, aan moeten tonen wat de feitelijk veroorzaakte stikstofdepositie is op 1 januari 2015. Om dit vast te kunnen stellen mogen zij gebruik maken van gegevens over de jaren 2012 tot en met 2014 en mag worden uitgegaan van de hoeveelheid stikstofdepositie die in die periode ten hoogste werd veroorzaakt als gevolg van hetgeen daadwerkelijk plaatsvond binnen de kaders van de omgevingsvergunning of een vergunning of melding op grond van de Wet milieubeheer of Hinderwet.
    • Meitelling (met hoogste veebezetting in de periode 2012-2014); en/of
    • Bedrijfsregister* (rundvee en schapen/geiten); en/of
    • Veesaldokaarten*; en/of
    • Financiële boekhouding (grootboekrekeningen en jaarrekening) Diertelgegevens op basis van artikel 3.120 activiteitenbesluit met ondersteunende aan en afvoergegevens; en/of
    • Aan- en verkoop nota’s*; en/of
    • Controlerapporten/bezoekverslagen Omgevingsdienst, NVWA, SKAL, Cross Compliance, Nb-wet handhaving (etc.)*; en/of
    • Rapportages Meststoffenwet*.

Bij de met een ster (*) aangegeven onderdelen moet het betreffende document te worden voorzien van een accountantsverklaring.

Bij het aantonen van de feitelijke veroorzaakte stikstofdepositie is de emissie van de betreffende activiteit het uitgangspunt. De emissiebronnen worden ingevoerd in AERIUS Calculator, waarmee de feitelijke stikstofdepositie wordt bepaald. Het is van belang dat de invoerparameters (de door u aangeleverde gegevens) duidelijk zijn; deze zijn namelijk van invloed op de wijze waarop de NH3 zich verspreidt en dus ook op de hoeveelheid stikstofdepositie.

Nieuw Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwdieren per 1augustus 2015

Nieuw besluit emissiearme huisvesting. (Geactualiseerd op 4 september 2015).

Het nieuwe Besluit emissiearme huisvesting is op 1 juli 2015 gepubliceerd in Staatsblad 2015-266. Dit besluit vervangt straks het Besluit amoniakemissie huisvesting veehouderij. De datum van inwerkingtreding is 1 augustus 2015.

In dit artikel staat een korte samenvatting van de wijzigingen in het nieuwe besluit voor melkveehouderijen.

Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is op 1 juli 2015 in werking getreden. Bij de PAS hoort een maatregelenpakket dat moet leiden tot een reductie van de ammoniakemissie van 10 kiloton per jaar in 2030 ten opzichte van 2013. Eén van die maatregelen is het beperken van de stalemissies door aanscherping en uitbreiding van de maximale emissiewaarden. Het beperken van stalemissie is nodig om de ontwikkelingsruimte van de PAS te realiseren. Deze is ook voor de veehouderij van belang.

Melkveehouderijen uit Flevoland hebben meestal te maken met de provincie Gelderland voor de aanvraag van een Natuurbeschermingswet of melding. Voor hen geldt de Vergunningverlening onder de PAS – provincie Gelderland.
Voor kleine uitbreidingen onder de grenswaarde kan volstaan worden met het doen van een melding. Bij aanvang van de PAS is de grenswaarde vastgesteld op 1 mol/ha/jr.
De ontwikkelruimte is verdeeld in aparte ‘potten’ voor meldingen en vergunningen. Als 95 % van de meldingenpot op is kunnen er geen meldingen meer gedaan worden. Er geldt dan een vergunningplicht voor alle activiteiten die een depositie hebben van meer dan 0,05 mol/ha/jr.

Maximale emissie wordt steeds verder aangescherpt.

In artikel 3 van het Stb. 2015-266 zijn regels opgenomen voor de maximale ammoniakemmissie van melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar.

Bijlage 1 kolom A: Voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 12,2 kg NH3/dier/jaar. Voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015 waarbij de koeien worden beweid, bedraagt de maximale emissiewaarde 13,0.

Bijlage 1 kolom B: Voor een dierenverblijf dat is opgericht op tussen 1 juli 2015 en 1 januari 2018 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 11,0 kg NH3/dier/jaar.

Bijlage 1 kolom C: Voor een dierenverblijf dat is opgericht na 1 januari 2018 gaat een maximale ammoniakemissie gelden van 8,6 kg NH3/dier/jaar.

Tegelijk met de inwerkingtreding van het Besluit emissiearme huisvesting wijzigt straks ook de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav)  Daarin worden de geactualiseerde emissiefactoren opgenomen. Er wordt hierin géén onderscheid gemaakt tussen permanent opstallen en beweiden.
In de nieuwe Rav lijst is te zien dat een traditionele stal met roostervloer (Rav A 1.100 “overige huisvestingssystemen”) een emissiewaarde van 13,0 kg NH3/dier/jaar heeft. Dit is hoger dan de toegestane 11,0 kg NH3/dier/jaar bij oprichting tussen 1-7-2015 en 1-1-2018.

Beweiden

Aan de Rav wordt een bijlage toegevoegd waarin beweiden is opgenomen als managementmaatregel met een ammoniakreductie die bij het berekenen van de ammoniakemissie van een veehouderij mag worden toegepast. Beweiden geeft dan een lagere ammoniakemissie, zodat hier een stimulans vanuit gaat.

Wat geldt er bij uitbreiding van bestaande stallen?

Een bestaand stalsysteem mocht met maximaal 20 stuks melkvee worden uitgebreid, zonder aan de nieuwe eisen te hoeven voldoen. Voorwaarde daaraan is dat de uitbreiding uiterlijk op 30 juni 2015 heeft plaatsgevonden.

Volgens InfoMil gelden de nieuwe maximale emissiewaarden voor nieuwe stallen en grotere uitbreidingen van bestaande stallen (meer dan 50%). Echter in het staatsblad is de definitie van uitbreiden vervallen, waardoor uitbreidingen gelijk worden gesteld aan het oprichten van een dierenverblijf. Als de bestaande stal 1 geheel gaat vormen met de uitbreiding is het vaak wenselijk om hetzelfde huisvestingssysteem toe te passen. Daarom is een mogelijkheid opgenomen voor het bevoegd gezag om bij uitbreidingen af te mogen wijken van de maximale emissiewaarde. In het geval van ammoniakemissie is afwijken alleen mogelijk bij uitbreidingen van een emissiearme stal en niet bij uitbreidingen van een traditionele stal. Deze mogelijkheid van afwijken is beperkt tot uitbreidingen van maximaal 50% van het bebouwde oppervlak van de bestaande stal.

Saldering met een ander bedrijf

Salderen is het verminderen of tot nul terugbrengen van een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied door een voorgenomen initiatief, door het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de bedrijfsvoering van een of meer andere bedrijven.
Indien als gevolg van de oprichting of wijziging van uw bedrijf de stikstofdepositie op het gebied (ook na het nemen van brongerichte maatregelen) toeneemt, verzoeken wij u te onderzoeken of saldering met nabijgelegen gestopte of te stoppen bedrijven (hierna: saldogevend bedrijf) mogelijk is. Hierbij is van belang dat het saldogevend bedrijf beschikt over Wm-rechten van vóór de referentiedata of over rechten op grond van de Nbwet. Voorts is van belang dat het saldogevend bedrijf op dat moment feitelijk nog aanwezig was. Dat is het geval als hervatting van het bedrijf mogelijk is zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d van de Nbwet voor het realiseren van het project vereist is, m.a.w., zonder dat een fysieke ingreep nodig om de bedrijfsvoering te kunnen hervatten. Bij een fysieke ingreep kunt u denken aan het opnieuw bouwen (van een deel) van de stal, het aanbrengen van een andere vloer, sleuven of mestschuiven.

Enkele voorbeelden:

  • het saldogevend bedrijf is enkele jaren geleden gestopt; het bedrijf beschikt over Wm-rechten van voor de referentiedata of over een (recente) Nbwet vergunning. De stallen zijn niet gesloopt maar worden voor een deel verhuurd als opslagruimte en voor het overige deel gebruikt als garage. Met dit bedrijf kan worden gesaldeerd, omdat hervatting van het bedrijf mogelijk is zonder dat daarvoor een vergunning op grond van artikel 19d nodig is.
  • Het saldogevend bedrijf is gestopt en de bestemming agrarisch is inmiddels gewijzigd in bestemming woning. De stallen zijn nog niet gesloopt. Met dit bedrijf kan worden gesaldeerd mits de overeenkomst waarbij de rechten worden overgedragen is afgesloten op het moment dat de stallen er nog stonden.
  • Het saldogevend bedrijf is gestopt en heeft een deel van de stal verbouwd tot bijkeuken. Hervatting van bedrijf is niet mogelijk zonder dat hiervoor een fysieke ingreep wordt gedaan en dus een vergunning nodig is op grond van artikel 19d van de Nbwet. Saldering met dit bedrijf is dus niet mogelijk.

Heeft u een bedrijf gevonden dat voldoet aan vorenstaande voorwaarden, dan dient door middel van stikstofberekeningen aangetoond te worden dat de effecten van de gestopte/te stoppen bedrijf en uw toekomstige bedrijf vergelijkbaar zijn.

Benodigde gegevens voor aanvraag Natuurbeschermingswet

Zie dit artikel voor de gegevens die u nodig heeft voor de aanvraag of melding Nbw.

Boerenbedrijven krijgen ruimte om te groeien door aanpak ammoniak

Convenant maatregelen programma aanpak stikstof.

Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken heeft op 18 maart 2014 samen met het agrarisch bedrijfsleven afspraken gemaakt over de uitstoot van ammoniak. Een vermindering van de uitstoot zorgt ervoor dat boerenbedrijven kunnen groeien en de natuurkwaliteit verbetert. De afspraken zijn onderdeel van een overeenkomst in het kader van de zogenoemde Programmatische Aanpak Stikstof (PAS).

De Minister van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu stellen ingevolge artikel 19kg van de Natuurbeschermingswet 1998, (…) een programma vast ter vermindering van de stikstofdepositie, afkomstig van in Nederland aanwezige bronnen (programma aanpak stikstof). Het programma is erop gericht om economie en ecologie te verbinden, door de realisering van de instandhoudingsdoelen voor de Natura 2000-gebieden samen te laten gaan met economische ontwikkeling. Het programma bevat maatregelen en voorziet in zogenoemde ontwikkelingsruimte, waardoor het bevoegde gezag toestemming kan verlenen voor projecten en andere handelingen die een toename in de stikstofdepositie veroorzaken op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden.

Het convenant voorziet in:

  • aanscherping van de normen voor de aanwending van dierlijke mest,
  • het beperken van de maximumemissie van ammoniak uit stallen,
  • het periodiek actualiseren van de lijst met huisvestingssystemen, opgenomen in de Regeling Ammoniak en Veehouderij (RaV),
  • het treffen van vrijwillige voer- en managementmaatregelen door de veehouders.

Reductie van 10 kiloton ammoniak in 2030.

De generieke maatregelen hebben, mede met het oog op het toelaten van nieuwe activiteiten, tot doel dat in 2030 een netto reductie is gerealiseerd van ten minste 10 kiloton ammoniakemissie ten opzichte van de ammoniakemissie in 2013. 56% van de depositieruimte die als gevolg van deze reductie ontstaat, komt beschikbaar voor ontwikkelingen in de veehouderijsector.

Download hieronder het Convenant maatregelen programma aanpak stikstof.

[download id=”37″ format=”1″]

Stikstoftekort in de salderingsbank Gelderland zet rem op ontwikkeling veehouderijen

Inleiding

Als een veehouderij hier in de Flevopolder wil uitbreiden, door meer dieren te houden, dan veroorzaakt dit een negatief stikstof effect op Natura 2000 gebied De Veluwe.

Veehouders die een nieuwe stal willen bouwen of een andere wijziging in de stallen willen aanbrengen, moeten hiervoor een vergunning aanvragen op grond van de Natuurbeschermingswet (Nb) of een zogenaamde “verklaring van geen bedenkingen“. De uitstoot van ammoniak, die leidt tot een verhoogde depositie van stikstof, heeft een negatieve invloed  op de kwetsbare Natura 2000 gebieden, zoals de Veluwe. Ook de randmeren zijn een Natura 2000 gebied, maar deze hebben geen gevoelige habitats, vandaar dat in het geval van de Flevopolder de stikstof depositie op de Veluwe geldt als kritisch.

Groen is als kwetsbaar aangewezen Natura 2000 gebied De Veluwe.Klik op de kaart voor een vergroting.
Groene gebieden op de kaart is het als kwetsbaar aangewezen Natura 2000 gebied De Veluwe.
Klik op de kaart voor een vergroting.

Hoe is de aanvraag van de Natuurbeschermingswet geregeld?

Als de Natuurbeschermingswet (Nb) of verklaring van geen bedenkingen (vvgb) tegelijk wordt aangevraagd met de omgevingsvergunning (voor het bouwen van een nieuwe stal), dan is deze aanvraag gekoppeld aan de omgevingsvergunning. Als de Nb of vvgb niet door de Provincie wordt verleend, dan kan de gemeente ook geen omgevingsvergunning afgeven en wordt deze dus geweigerd.
De Nb of vvgb kan ook apart worden aangevraagd. Als de aanvrager een ontvangstverklaring heeft, kan de omgevingsvergunning los van de Nb worden aangevraagd.

Verordening stikstof en Natura 2000

De stikstofuitstoot rondom veel Natura 2000-gebieden is te hoog. Met name de ammoniakuitstoot bij veehouderijbedrijven heeft negatieve gevolgen voor de natuur. In goed overleg heeft de provincie afspraken gemaakt met landbouw- en natuurorganisaties om de uitstoot van stikstof te verminderen. De betrokken partijen ondertekenden 20 januari 2011 een convenant hierover.

De Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland heeft als doel de vastgelopen vergunningverlening aan veehouderijbedrijven weer vlot te trekken. Bedrijven die willen uitbreiden kunnen alleen een vergunning krijgen als ook de stikstofbelasting op de Natura 2000 gebieden daalt. De verordening  bereikt deze twee doelen met behulp van een salderingssysteem. In de verordening staan de regels voor dit salderingssysteem.

Salderingssysteem

Het salderingssysteem wordt beheerd door de provincie (Gelderland) en registreert de uitstoot van stikstof door veehouderijbedrijven (depositieruimte) en houdt de ontwikkeling daarvan bij. Als de depositieruimte van een bedrijf afneemt door het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten, kan een ander bedrijf deze depositieruimte voor een deel overnemen.

Drempelwaarde
Als de stikstofuitstoot door de uitbreiding een bepaalde drempelwaarde overschijdt, is het bedrijf dat de vergunning aanvraagt verplicht om gebruik te maken van het salderingssysteem. De drempelwaarde is gerelateerd aan de stikstofgevoeligheid van het nabijgelegen Natura 2000-gebied. Beneden een bepaalde drempelwaarde hoeft er niet gesaldeerd te worden en krijgt het bedrijf de Nb-wet vergunning of vvgb zonder extra voorwaarden ten aanzien van de stikstofuitstoot.

In de documenten die op de website van de provincie staan, wordt uitgegaan van een 0,5% kritische depositie op de habitattypen die op de Veluwe voorkomen. Voor habitattype H2310 (stuifzandheiden met struikhei) geldt een kritische depositie van 1071 mol/ha/jr. De 0,5% grens bedraagt 5,4 mol/ha/jr. Als de berekende drempelwaarde onder deze grens blijft, zou een Nb-wet vergunning of vvgb moeten worden verleend.
De drempelwaarde kan worden berekend met een zgn. AAgro-Stacks berekening en geldt voor het gehele bedrijf.

Salderingstekort stikstof

Op dit moment (oktober 2013) is er sprake van een stikstof tekort in de salderingsbank van de provincie Gelderland. Ook als de berekende depositie lager is dan de 0,5% drempelwaarde, wordt er op dit moment geen vergunning verleend.

Afhankelijk van de vergunde milieusituatie op 24 maart 2000 kan binnen het eigen bedrijf worden gesaldeerd. Door in een bestaande bedrijf emissie reducerende maatregelen te nemen, zoals de vloeren vervangen door emissie-arme vloeren of luchtwassers, kan de emissie van stikstof worden beperkt, zodat de veestapel kan worden uitgebreid. Er mag worden uitgebreid, mits de depositie van het gehele bedrijf niet meer is dan vergund is op of voor 24 maart 2000.

Een reken voorbeeld:

U heeft een bestaande stal met 100 stuks melkvee, een traditionele roostervloer en natuurlijke ventilatie. De NH3 emissie bedraagt dan 100 x 11 = 1100 kg NH3 per jaar. Als dit de situatie is, die is vergund op, of vóór 24 maart 2000, dan mag uw bedrijf dus 1100 kg NH3 per jaar uitstoten. U besluit nu om de roostervloer te vervangen door een emissie-arme vloer met een ammoniak emissie van 4,7 kg NH3 per dierplaats per jaar. De NH3 emissie van de bestaande stal wordt dan 100 x 4,7 = 470 kg NH3 per jaar.
U mag dan uitbreiden met 1100 – 470 = 630 kg NH3 per jaar. Kiest u voor een nieuw te bouwen stal ook voor een emissie-arme vloer van 4,7 kg NH3 per dierplaats per jaar, dan mag u 630 / 4,7 = 134 stuks melkvee extra houden. In totaal mag u dan 100 + 134 = 234 stuks melkvee houden.

Collectieve passende beoordeling

Voor alle Gelderse veehouderijen bestaat er een collectieve passende beoordeling van de stikstofverordening. Deze collectieve beoordeling berust er op dat voor alle Gelderse veehouderijen de gezamenlijke depositie over de periode 2000 tot 2009 is onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat met name voor de Veluwe geen toename is geweest van de stikstof depositie. Gelderse bedrijven mogen daarom uitbreiden, mits de depositie niet groter is ten opzichte van de situatie op 1 februari 2009.

Omdat de collectieve passende beoordeling van de stikstofverordening alleen is onderzocht bij Gelderse veehouderijen is het voor veehouderijen buiten de provincie Gelderland niet mogelijk om van deze beoordeling gebruik te maken.

Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)

Op 1 april 2009 liep de vergunningverlening vast op een uitspraak van de Raad van State waarbij een verleende Natuurbeschermingswet vergunning werd vernietigd. Dit leidde ertoe dat bedrijven die niet over een Natuurbeschermingswet vergunning beschikten en wel bijdroegen aan stikstofdepositie in een overbelast gebied, geen vergunning konden krijgen, zelfs als zij door bedrijfswijziging minder stikstof gingen uitstoten. Om de vergunningverlening weer vlot te trekken en om de achteruitgang in kwaliteit van stikstofgevoelige habitattypen te stoppen, is de overheid de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) gestart. In de PAS worden maatregelen voor het beperken van de stikstofuitstoot gecombineerd met herstelmaatregelen in en rondom de Natura 2000-gebieden met een stikstofknelpunt.

Als er wordt voldaan aan de voorwaarde van een blijvende depositiedaling en als herstelmaatregelen uit de herstelstrategieën voor de stikstofgevoelige habitats worden uitgevoerd waardoor de achteruitgang in natuurkwaliteit stopt, ontstaat er ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen.

Wel is het de vraag of de depositiedaling daadwerkelijk gerealiseerd wordt. De uitstoot van ammoniak door land- en tuinbouw daalt al een aantal jaren nauwelijks meer. Winst is nog te behalen bij het uitrijden van mest en bij de verduurzaming van stallen via het Besluit Huisvesting.

In de PAS zal als maatregel worden opgenomen dat in de periode 2010-2030 de eisen van het Besluit huisvesting zullen worden aangescherpt van BBT (= Best beschikbare technieken) naar BBT+. Deze rijksmaatregelen gaan per 1 januari 2014 van start. Een aantal provincies (waaronder Brabant) hanteert al een eigen strengere stikstofverordening. Tot de PAS in werking treedt, zijn deze provinciale stikstofverordeningen van kracht.

Om de stikstofdepositie per gebied in kaart te brengen wordt binnen de PAS een nieuw rekeninstrument gebruikt, genaamd AERIUS.

Conclusie

Door het huidige stikstoftekort op de Veluwe is het verkrijgen van een natuurbeschermingswet vergunning of verklaring van geen bezwaar voor de uitbreiding van een veehouderij erg moeilijk geworden. Bestaande veehouderijen binnen de provincie Gelderland mogen gebruik maken van de collectieve passende beoordeling van de stikstofverordening, waardoor voor deze bedrijven de vergunde situatie op of voor 1 februari 2009 maatgevend is. Veehouderijen buiten de provincie Gelderland (zoals Flevoland) mogen géén gebruik maken van deze collectieve passende beoordeling. Voor bedrijven buiten Gelderland geldt de vergunde situatie op of voor 24 maart 2000. We gaan dus naar een situatie van 13 jaar geleden! Bedrijven binnen de provincie Gelderland hebben dus een beter uitgangspunt en daardoor concurrentie voordeel dan bedrijven in een aangrenzende provincie.

De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) gaat uit van een dalende trend in stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden, waardoor er weer stikstofrechten vrij moeten komen die uitbreiding van o.a. veehouderijen mogelijk maakt. Er is nog geen ingangsdatum bekend, dus voorlopig biedt de PAS nog geen oplossing voor het stikstof tekort. Verder is het nog maar de vraag of er de komende jaren meer stikstof saldo bijkomt.

Veehouderijen in de provincie Flevoland die hun veestapel willen uitbreiden mogen niet meer stikstof uitstoten dan is vergund op 24 februari 2000. Of zij moeten door een ammoniakberekening kunnen aantonen dat de stikstof depositie op de Veluwe vrijwel nihil is.

Geraadpleegde bronnen

Natura 2000 beheerplannen (provincie Gelderland)
Verordening stikstof en Natura 2000 Gelderland
Programmatische Aanpak Stikstof kansrijk maar risicovol (Planbureau voor de Leefomgeving)
Programmatische Aanpak Stikstof, Doelstelling, maatregelen en mogelijke effectiviteit (Wageningen UR)